Er zijn twee soorten onwetendheid. De eerste is onschuldig: je weet gewoon ergens niets van. De tweede is verraderlijker – dat is wanneer je dénkt dat je iets weet, maar het blijkt later vooral een echo van je eigen overtuiging te zijn. Dat is het soort onwetendheid dat zich voordoet als kennis. En dat, beste lezer, is een hardnekkige parasiet.
We leven in een tijd waarin iedereen overal verstand van heeft. Over politiek, gezondheid, opvoeding, spiritualiteit en zelfs over hoe je gelukkig moet zijn. Alsof het leven een IKEA-handleiding is die je alleen maar hoeft te volgen. Maar achter al dat zeker weten schuilt vaak iets veel eenvoudigers: angst. Angst om te erkennen dat we de helft niet begrijpen.
Onze hersenen houden namelijk niet van leegte. Waar we iets niet weten, vullen we het zelf wel in. En dat doen we razendsnel, meestal zonder het door te hebben. We zijn meesters in aannames, halve waarheden en zelfbedachte logica. We geloven liever in een slecht verhaal dan dat we moeten leven met een open vraag.
In mijn werk als bestuurder in de palliatief terminale thuiszorg zie ik dat mechanisme dagelijks terug. Zorgverleners, beleidsmakers, verzekeraars – allemaal handelen we vanuit ons beste weten, maar dat weten is vaak beperkt tot onze eigen kaders. De verpleegkundige ziet de mens achter de cliënt. De verzekeraar ziet vooral cijfers. En ik probeer ertussen te laveren, zoekend naar wat waar is voorbij de cijfers én de verhalen.
Juist in die wereld van zorg en beleid besef ik hoe groot het niet-weten eigenlijk is. We weten niet wat een mens voelt in zijn laatste dagen. We weten niet wat troost écht betekent. En we weten zelden welke kleine handeling het verschil maakt tussen een goed en een slecht afscheid. Het meeste blijft onzichtbaar – maar dat maakt het niet minder werkelijk.
We hebben allemaal onze blinde vlekken. Ze zijn niet iets om je voor te schamen, maar om te koesteren – als herinnering aan onze beperkingen en als uitnodiging tot groei. Want de dag dat je denkt alles te weten, is meestal de dag dat je ophoudt met echt kijken.
Misschien is dat wel de grootste wijsheid van allemaal: dat we mogen leven met vragen die nooit helemaal beantwoord worden. Niet als teken van zwakte, maar als bewijs dat we nog steeds mens zijn.