Er was eens een monnik die rustig over een smal bergpad naar beneden liep. De lucht was helder, de stilte tastbaar. Plotseling stormde er een man op een paard op hem af. Het dier raasde voort, schuim op de lippen, ogen wijd open van paniek. De monnik kon hem ternauwernood ontwijken. Verbouwereerd riep hij de man na: “Waar ga je heen?”
De man draaide zich om, haalde zijn schouders op en riep: “Ik weet het niet, vraag het paard!”
Dat beeld blijft hangen. Het is zo herkenbaar. Hoe vaak raas je niet door het leven, voortgestuwd door iets dat sterker lijkt dan jijzelf? Het paard staat voor al die angsten, oude reflexen en automatische reacties die ons voortjagen. Het bepaalt het tempo, de richting, soms zelfs het doel – en wij zitten er maar op, ons vastklemmend aan de teugels, denkend dat wij de ruiter zijn.
Stel je voor: je zit in de auto en je komt onverwacht in een file terecht. Meteen schiet je in de stress: “Ik kom te laat, iedereen wacht op mij, dit mag niet gebeuren.” Je merkt pas na een paar minuten dat je schouders gespannen zijn, je harder op het stuur knijpt en je gedachten als een razend paard alle kanten opgaan. Pas als je even diep ademhaalt – misschien wel door het lezen van een blog zoals de jouwe – realiseer je: ik word niet geleid door de situatie zelf, maar door mijn automatische reactie erop. Ik kan overstappen van paniek naar acceptatie, gewoon door even stil te staan bij wat er gebeurt binnenin mij.
Maar wie leidt eigenlijk wie? De man op het paard lijkt de baas, maar hij laat zich meedrijven. Zijn handen bewegen misschien, maar zijn keuzes zijn allang overgenomen door de kracht onder hem. Zo is het ook met ons. We rennen, haasten, vluchten, zoeken afleiding. Voor stress, voor verdriet, voor de leegte in onszelf. We willen dóór, want stilstaan voelt te confronterend.
Het verhaal van de monnik is pijnlijk eenvoudig. Het zegt: kijk eens goed. Waar ga je eigenlijk heen? Leidt je angst je leven? Zit jij op het paard, of zit het paard op jou?
Misschien is de grootste moed niet om harder te rijden, maar om af te stappen. De teugels los te laten, je voeten op de grond te zetten en even niets te doen. Te ademen, te voelen, te vragen: Wat jaag ik na? Waar loop ik voor weg?
Dan ontdekken we dat we zelf kunnen kiezen welke weg we inslaan – niet langer opgejaagd, maar vrij.