Een rapport is nog geen resultaat


Stel dat een project mislukt.

Wat doen we dan? We evalueren. Dat klinkt verstandig. En meestal is het dat ook.

Er verschijnt een rapport. Daarin staan bevindingen, aanbevelingen, aandachtspunten en geleerde lessen.
Vervolgens komt er een reactie. De aanbevelingen worden herkend. Er wordt een verbeterprogramma gestart. Er komen nieuwe indicatoren.
Na een jaar verschijnt een voortgangsrapportage waaruit blijkt dat 83 procent van de aanbevelingen is opgevolgd.

Mooi. Maar nu de vervelende vraag:

Is het oorspronkelijke probleem ook opgelost?

Dat is verrassend genoeg niet altijd hetzelfde.
Organisaties zijn goed geworden in het aantonen dat ze handelen.
Er is overlegd.
Er is gemonitord.
Er is geëvalueerd.
Belanghebbenden zijn gehoord.
Procedures zijn aangepast.

Alle vakjes kunnen groen zijn. En toch kan de werkelijkheid nog steeds rood knipperen. Dat komt doordat proces veel gemakkelijker meetbaar is dan resultaat.
Je kunt precies registreren hoeveel gesprekken zijn gevoerd. Veel moeilijker is vast te stellen of mensen zich werkelijk geholpen voelen.
Je kunt aantonen dat een school alle kwaliteitsprocedures volgt.
Dat zegt nog niet automatisch dat kinderen beter leren lezen.
Je kunt een programma volledig volgens plan uitvoeren.
Dat bewijst niet dat het programma werkt.
Misschien zouden organisaties daarom naast iedere voortgangsrapportage één kinderlijk eenvoudige vraag moeten zetten:

Wat gaat er in de werkelijkheid aantoonbaar beter?

Niet: wat hebben we gedaan? Niet: wat hebben we geïmplementeerd? Niet: hoeveel aanbevelingen hebben we opgevolgd?
Maar:
wat merkt iemand ervan?
Een rapport kan bewijzen dat een organisatie hard gewerkt heeft.
Het kan niet bewijzen dat de werkelijkheid heeft meegewerkt.