Je kunt niet denken buiten datgene wat je weet. Buiten wat je waarneemt, wat je ervaart, wat je voelt. Gedachten komen niet uit het niets, ze worden gevoed. Door ontmoetingen, door ervaringen, door wat zich aandient in het leven, soms onverwacht, soms onvermijdelijk. En misschien wel het meest door de ontmoeting met jezelf.
Neem bijvoorbeeld Thomas. Een man die altijd geloofde dat hij de wereld begreep, dat hij rationeel nadacht, dat hij vrij was in zijn denken. Totdat hij op een avond, in een stil huis, geconfronteerd werd met een vraag die hij zichzelf nooit eerder had gesteld: “Waarom denk ik zoals ik denk?” Hij had altijd aannames gemaakt over zichzelf, over anderen, over het leven. Maar op dat moment, in de stilte van zijn eigen gedachten, besefte hij dat alles wat hij dacht werd gevormd door wat hij had meegemaakt, door wie hij had ontmoet, door waar hij was geweest.
Die realisatie was even bevrijdend als benauwend. Was hij werkelijk zo autonoom als hij altijd had gedacht? Hoeveel van zijn overtuigingen waren werkelijk de zijne, en hoeveel had hij simpelweg overgenomen, ingekleurd door de wereld waarin hij was opgegroeid? Het zette hem aan het denken – of beter gezegd, het liet hem nadenken over zijn denken.
Of neem Anna, die op een bankje in het park zat, haar ogen gesloten terwijl ze de warmte van de lentezon op haar gezicht voelde. Plotseling schoot er een gedachte door haar hoofd: “Ik ben niet goed genoeg.” Het was een oude bekende, deze gedachte, een die haar al jaren achtervolgde.
Vroeger zou Anna meteen in deze gedachte zijn meegegaan, zich verloren hebben in een spiraal van zelfkritiek en twijfel. Maar vandaag was het anders. Ze opende haar ogen, keek naar de bloeiende bloemen voor haar en glimlachte lichtjes.
“Daar ben je weer,” fluisterde ze tegen de gedachte, alsof het een oude vriend was die ze liever niet zag. Ze wist nu dat ze deze gedachte niet had gekozen. Het was simpelweg opgekomen, gevoed door jaren van ervaringen en overtuigingen die ze had opgebouwd.
Anna herinnerde zich wat haar therapeut haar had geleerd. Ze hoefde deze gedachte niet te geloven, niet erop te reageren. In plaats daarvan koos ze ervoor om de gedachte te observeren, als een blad dat voorbij dreef op een rustige rivier.
“Wat als ik wel goed genoeg ben?” vroeg ze zichzelf af. Ze voelde hoe deze nieuwe gedachte ruimte creëerde, hoe het de oude gedachte zachtjes naar de achtergrond duwde.
Anna wist dat ze de opkomst van negatieve gedachten niet altijd kon voorkomen. Maar ze had geleerd dat ze wel kon kiezen hoe ze ermee omging. Soms koos ze ervoor om de gedachte te onderzoeken, te kijken waar het vandaan kwam. Andere keren, zoals nu, koos ze ervoor om het gewoon te laten zijn en zich te richten op het moment.
Terwijl ze daar zat, realiseerde Anna zich hoe ver ze was gekomen. Vroeger voelde ze zich gevangen in haar gedachten, alsof ze geen keuze had. Nu voelde ze zich vrijer, meer in staat om haar eigen pad te kiezen, ongeacht welke gedachten er in haar opkwamen.
Ze stond op van het bankje, rekte zich uit en begon te wandelen. De negatieve gedachte was er nog steeds, ergens op de achtergrond, maar het bepaalde niet langer haar dag. Anna glimlachte, wetend dat ze misschien niet kon kiezen welke gedachten er in haar opkwamen, maar dat ze wel altijd kon kiezen hoe ze ermee omging. En die keuze, besefte ze, maakte haar vrijer dan ze ooit had gedacht mogelijk te zijn.
Datzelfde geldt voor ons allemaal. We bouwen onze gedachten op uit de bouwstenen die ons worden aangereikt. Een kind dat opgroeit in een huis vol boeken zal andere ideeën ontwikkelen dan een kind dat opgroeit in een huis waar nauwelijks wordt gelezen. Iemand die een leven lang reist, zal de wereld anders begrijpen dan iemand die altijd op dezelfde plek is gebleven. En iemand die vaak de dialoog met zichzelf durft aan te gaan, zal anders kijken naar het leven dan iemand die die confrontatie liever vermijdt.
Maar als ons denken wordt gevoed door ontmoetingen, kunnen we daar dan ook mee spelen? Kunnen we bewust andere invloeden toelaten, onze eigen horizon verbreden? Ja, en nee. Ja, omdat we altijd de mogelijkheid hebben om nieuwe ervaringen op te zoeken, om onszelf bloot te stellen aan andere perspectieven. Nee, omdat we nooit helemaal loskomen van datgene wat al in ons zit, de ervaringen die ons gevormd hebben.
Toch begint elke verandering, elk nieuw inzicht, bij de ontmoeting. Met een ander, met een boek, met een idee. Maar bovenal met jezelf. Het moment waarop je durft te kijken naar wat je denkt, en je afvraagt: “Waarom denk ik dit eigenlijk?” Misschien is dat wel het begin van werkelijke vrijheid.