Het gevaarlijkste woord in een vergadering is misschien wel ‘transitie’


Er zijn woorden waar je bijna onmogelijk tegen kunt zijn.

Innovatie.
Vooruitgang.
Samenwerking.
Transitie.

Wie wil er nu géén vooruitgang? Precies daarom zijn zulke woorden interessant.
Neem transitie.

Een fabriek sluit. Dat kan een economische transitie zijn.
Een loket verdwijnt. Dat kan digitale transformatie zijn.
Een voorziening wordt gecentraliseerd. Dat kan toekomstbestendige dienstverlening zijn.

Allemaal verdedigbare formuleringen.

Maar er gebeurt ongemerkt iets. Het woord vertelt ons niet alleen wat er gebeurt. Het suggereert ook meteen hoe we erover moeten denken. Een transitie heeft immers een bestemming. We zijn onderweg van oud naar nieuw. En nieuw klinkt al snel als beter.

Daarmee ontstaat een merkwaardige mogelijkheid: bijna iedere verslechtering kan tijdelijk worden geïnterpreteerd als noodzakelijke tussenfase naar een betere toekomst.

Misschien is dat soms terecht. Maar misschien moeten we bij het woord transitie één extra vraag invoeren:
Wat is er aan het einde aantoonbaar beter dan aan het begin?

Als niemand dat behoorlijk kan uitleggen, hebben we misschien geen transitie.

Dan zijn we gewoon iets kwijtgeraakt.