Veel in een mensenleven sterft zonder doodsklok


Bij verlies denken we aan de dood.

Maar een mens verliest onderweg veel meer.

Jeugd verdwijnt zonder afscheid. Kansen sluiten zonder geluid. Vriendschappen lossen op zonder ruzie. Zekerheden waarvan je dacht dat ze dragende muren waren, blijken achteraf decorstukken.

Er klinkt geen klok wanneer je voor de laatste keer iets doet.

De laatste keer dat je een kind optilt. De laatste keer dat je ouders je huis binnenlopen. De laatste zorgeloze vakantie. De laatste keer dat je lichaam vanzelfsprekend deed wat jij ervan vroeg.

Je herkent die momenten meestal pas wanneer ze al voorbij zijn.

Dat maakt verlies zo verraderlijk. Het zit niet alleen in wat plotseling wordt weggenomen, maar ook in wat langzaam uit je leven verdwijnt terwijl je druk bent met andere dingen.

Misschien vraagt vergankelijkheid daarom niet dat we voortdurend verdrietig zijn.

Wel dat we beter kijken.

Dat we beseffen dat een gewoon gesprek later een herinnering kan blijken. Dat een alledaagse aanraking ooit iets zal zijn waarnaar je terugverlangt.

Veel in een mensenleven sterft zonder doodsklok.
Juist daarom verdient het gewone onze aandacht.