De moed om niet meteen te repareren


Niet alles wat schuurt, moet onmiddellijk worden opgelost.

Dat is een ongemakkelijke gedachte in een tijd waarin wij van elk probleem zo snel mogelijk een stappenplan willen maken. We houden niet van spanning. Niet in relaties, niet in organisaties en niet in onszelf. Zodra iets wringt, willen we praten, duiden, sussen, regelen, repareren.

Het moet weer goed voelen.

Maar soms is dat precies het probleem.

Soms willen we te snel terug naar rust. Niet omdat de waarheid gevonden is, maar omdat de spanning ons teveel wordt. Dan noemen we het harmonie, maar bedoelen we verdoving. Dan noemen we het vrede, maar bedoelen we vermijding.

Ik herken dat.

Er waren momenten waarop ik dacht dat ik rust zocht, terwijl ik eigenlijk waarheid nodig had. Momenten waarop ik vrede wilde bewaren, terwijl er iets uitgesproken moest worden. Momenten waarop ik bleef zitten waar het stil was, terwijl ik allang wist dat het daar niet meer leefde.

Dat is het verraderlijke van schijnrust.

Zij lijkt volwassen. Redelijk. Beschaafd. Niemand verheft zijn stem. Niemand loopt weg. Niemand maakt ruzie. En toch kan er onder die keurige oppervlakte iets sterven.

Want leven beweegt.
En alles wat beweegt, schuurt.

In relaties zie je dat misschien het scherpst. Twee mensen kunnen jarenlang een evenwicht bewaren dat van buiten liefde lijkt. Maar soms is het vooral een overeenkomst. Jij stelt geen vragen, ik ook niet. Jij raakt mijn angst niet aan, ik de jouwe niet. Jij blijft, ik blijf. We noemen het verbondenheid, maar eigenlijk bewaken we elkaars vermijding.

Dat kan lang goed gaan.

Tot iemand begint te bewegen.
Tot iemand groeit. Tot iemand eerlijker wordt dan de afspraak verdraagt. Tot iemand zegt: ik kan dit niet langer harmonie noemen. Dan blijkt de rust niet gebouwd op waarheid, maar op stilzwijgen.

Dat geldt niet alleen voor liefdesrelaties.
Het geldt ook voor families. Teams. Organisaties. Samenlevingen.

Overal waar harmonie het hoogste doel wordt, ontstaat het risico dat waarheid ondergeschikt raakt aan sfeer. De kritische stem wordt lastig. De ongemakkelijke vraag wordt ongepast. De afwijkende observatie wordt gezien als verstoring van de groep.

En zo ontstaat een beleefd soort onwaarachtigheid.

Iedereen voelt dat er iets niet klopt, maar niemand wil degene zijn die het benoemt.
Toch begint groei vaak precies daar. Op de plek waar het ongemakkelijk wordt. Waar het oude verhaal niet meer werkt. Waar iemand niet langer bereid is om spanning te verwarren met gevaar.

Spanning is niet altijd gevaar.
Soms is spanning informatie.

Ze vertelt dat er iets aandacht vraagt. Iets wat we hebben weggedrukt. Iets wat nog geen taal heeft. Iets wat niet gerepareerd wil worden, maar eerst gezien.

Daar is moed voor nodig.

De moed om niet meteen te verklaren. Niet meteen op te lossen. Niet meteen de boel glad te strijken. De moed om te blijven staan in het ongemak en te vragen: wat probeert zich hier te tonen?

Dat is moeilijk.

Want ongemak maakt ons primitief. We willen vluchten, aanvallen, pleasen of rationaliseren. Alles liever dan blijven voelen wat schuurt. Maar wie elke spanning wegmaakt, maakt soms ook het leven zelf kleiner.

Niet elke ruzie is nodig. Niet elke botsing is waarheid. Niet elke emotie verdient een altaar.
Maar een leven zonder schuring is verdacht.
Waar nooit iets wringt, wordt waarschijnlijk veel verzwegen.

Misschien is volwassenheid niet dat je altijd harmonie weet te bewaren. Misschien is volwassenheid dat je spanning kunt verdragen zonder haar meteen kapot te maken.

Dat je niet wegloopt.
Niet dichtklapt.
Niet alles gladstrijkt.
Maar blijft staan.
Juist daar, waar het ongemakkelijk wordt, kan iets echts beginnen.