Als katholiek jongetje leerde ik dat er na dit leven drie bestemmingen mogelijk waren: de hemel, het vagevuur en de hel. Het was een overzichtelijk systeem. Drie uitgangen, drie mogelijkheden, drie graden van eeuwig verblijf. Voor een kind gaf dat vreemd genoeg ook rust. De wereld zat kennelijk logisch in elkaar. Je deed je best, je zondigde af en toe, je biechtte wat af, en ergens aan het eind van de rit zou duidelijk worden waar je terechtkwam.
Nu ik ouder ben, denk ik daar anders over. Niet per se omdat ik die oude beelden helemaal heb afgezworen, maar omdat ik ben gaan vermoeden dat hemel, hel en vagevuur niet alleen iets van ná dit leven zijn. Misschien zijn het ook toestanden waarin wij nu al leven. Hier. Vandaag. Tussen de afwas, de agenda, de rekeningen, de schermpjes, de zorgen en de stilte.
Sterker nog: ik denk dat de moderne mens zijn eigen hemel, zijn eigen hel en zijn eigen vagevuur dagelijks bouwt.
De hel is niet moeilijk te herkennen. Alleen noemen we haar tegenwoordig anders. We spreken over stress, burn-out, vervreemding, bitterheid, verslaving, doelloosheid, permanente onvrede. Maar achter die moderne woorden gaat vaak iets ouds schuil: een innerlijk leven dat verschroeid raakt. Een mens die het contact met zichzelf verliest. Iemand die alleen nog reageert, alleen nog rent, alleen nog vergelijkt, alleen nog gelijk wil krijgen. Er zijn mensen die ogenschijnlijk alles hebben, maar intussen wonen in een keurige, goed verwarmde hel. Mooie keuken, nette auto, volle kalender, lege ziel.
De hel van deze tijd draagt zelden hoorntjes. Ze draagt eerder een smartwatch.
Het begint vaak onschuldig. Een beetje harder werken. Een beetje minder voelen. Een beetje meer jezelf bewijzen. Een beetje meer afleiding om niet te hoeven luisteren naar wat er vanbinnen wringt. Tot je op een dag merkt dat je niet meer leeft, maar functioneert. Niet meer liefhebt, maar beheert. Niet meer aanwezig bent, maar beschikbaar. Dan ben je de hel niet binnengevallen, je bent er langzaam ingelopen.
En toch is de hel niet de meest kenmerkende toestand van deze tijd. Dat is volgens mij het vagevuur.
Het vagevuur was vroeger de tussenruimte. Geen definitieve verwerping, maar ook nog geen voltooiing. Een plaats van loutering. Van wachten. Van pijn misschien ook, maar met uitzicht op iets anders. En juist daarin lijkt het verbazend veel op het leven van veel mensen nu.
Want hoeveel mensen leven er niet in een soort modern vagevuur?
Ze voelen dat er iets niet klopt, maar veranderen niet. Ze weten dat hun werk hen leegtrekt, maar blijven zitten. Ze voelen dat hun relatie al jaren op rantsoen draait, maar spreken zich niet uit. Ze weten dat ze te hard leven, te snel, te oppervlakkig, te verdeeld, maar morgen is er weer een dag. En overmorgen ook. Het vagevuur van deze tijd is de plek van het uitstel. Van de halfslachtigheid. Van het eeuwige “eigenlijk wel”. Eigenlijk zou ik anders willen leven. Eigenlijk zou ik vaker stilte moeten zoeken. Eigenlijk zou ik moeten vergeven. Eigenlijk zou ik minder moeten jagen. Eigenlijk zou ik meer moeten liefhebben.
Maar tussen inzicht en keuze ligt vaak een moeras.
Veel mensen leven daar. Niet slecht genoeg voor de hel, niet vrij genoeg voor de hemel. Ze leven in de tussenzone. Ze voelen dat het oude verhaal niet meer werkt, maar hebben het nieuwe nog niet durven omarmen. Ze zijn innerlijk onrustig, maar uiterlijk nog prima toonbaar. Dat is misschien wel het meest pijnlijke soort lijden: niet de grote ondergang, maar het trage wegdrijven bij jezelf vandaan.
En dan de hemel.
Ook die wordt vaak verkeerd begrepen. Alsof hemel iets is voor later, voor brave mensen, voor heiligen met geduld en goede knieën. Maar misschien is hemel in het hier en nu heel iets anders. Misschien is het geen plaats, maar een toestand van overeenstemming. Een leven dat klopt. Een leven waarin een mens niet langer verdeeld is tussen wat hij diep vanbinnen weet en wat hij dagelijks doet. Een leven waarin liefde zwaarder weegt dan ego. Waarin waarheid belangrijker wordt dan schijn. Waarin rust niet voortkomt uit het ontbreken van problemen, maar uit het feit dat je niet langer van jezelf wegloopt.
De hemel komt soms heel klein binnen.
In een hand op een schouder.
In een eerlijk gesprek dat te lang is uitgesteld.
In de moed om sorry te zeggen.
In het besluit om ergens mee op te houden wat je al jaren leegzuigt.
In het stil naast iemand zitten die sterft.
In het besef dat niet alles maakbaar is, maar veel wel draaglijk wordt als liefde aanwezig is.
De hemel is zelden spectaculair. Ze heeft weinig publiciteit nodig. Ze komt niet schreeuwend binnen. Ze verschijnt eerder als vrede. Als zachtheid. Als helderheid. Als het plotselinge gevoel dat je, ondanks verdriet of gemis, op de juiste plek bent in je eigen bestaan.
Misschien is dat ook waarom wij haar zo vaak missen. Wij zoeken grootse ervaringen, terwijl de hemel zich meestal verstopt in eenvoud.
Ik heb in mijn leven mensen ontmoet die in de hel leefden zonder het toe te geven. Mensen die zo vol woede, controle of zelfmedelijden zaten dat er bijna geen licht meer doorheen kwam. Ik heb ook mensen gezien in hun vagevuur, zoekend, twijfelend, uitstellend, hunkerend naar iets wat ze zelf nog niet durfden aan te raken. Maar ik heb ook iets van de hemel gezien. Niet in perfecte mensen, want die bestaan niet, maar in mensen die zacht waren geworden zonder zwak te zijn. In mensen die iets hadden verloren, maar daardoor juist opener waren geworden. In mensen die niet meer hoefden te winnen om waardevol te zijn.
Misschien is dat wel de ware loutering van een mensenleven: dat we steeds minder toneel hoeven te spelen.
Het oude katholieke beeld blijkt dan ineens verrassend actueel. Niet als dreigement, niet als kerkelijke routekaart, maar als spiegel. Want de vraag is misschien niet alleen waar wij na onze dood naartoe gaan. De belangrijkere vraag is: in welke toestand leven wij nu al?
Wonen wij in de hel van de bitterheid, de jachtigheid en het eigen gelijk?
Verblijven wij in het vagevuur van uitstel, half-leven en innerlijke verdeeldheid?
Of oefenen wij ons, hoe onvolmaakt ook, in iets wat op de hemel lijkt: waarheid, liefde, overgave, eenvoud en aanwezigheid?
Er zijn nog steeds drie wegen te gaan.
Niet pas later.
Nu al.
En misschien is het goede nieuws dat een mens, zolang hij leeft, nog van weg kan veranderen.