Stel je voor: een jonge moeder houdt voor het eerst haar pasgeboren baby vast. Haar ogen vullen zich met tranen van geluk terwijl ze naar het kleine wonder in haar armen kijkt. Je kunt de liefde niet zien, maar de onzichtbare band die zich op dat moment vormt, is even reëel als het kind zelf.
Jaren later bladert diezelfde moeder door een fotoalbum. Ze stuit op een foto van zichzelf als kind, staand voor de schoolpoort op haar eerste schooldag. Een glimlach speelt om haar lippen terwijl herinneringen bovenkomen: de geur van nieuwe schoolboeken, de kriebels in haar buik, het geluid van spelende kinderen op het plein. De tijd zelf is onzichtbaar, maar zijn effect is onmiskenbaar in de veranderingen die ze opmerkt.
Er zijn zoveel dingen in het leven die we niet kunnen zien, horen, proeven, ruiken of aanraken, maar waarvan we zeker weten dat ze er zijn. Onze geest is misschien wel het meest mysterieuze van allemaal. Hij is er, hij stuurt ons aan, hij herinnert ons aan wie we zijn.
Denk aan een kunstenaar die voor een leeg doek staat. Langzaam maar zeker transformeert het witte vlak in een meesterwerk. De inspiratie en visie zijn onzichtbaar, maar het resultaat is tastbaar en adembenemend.
Toch proberen wij, vooral in het Westen, alles te meten en te bewijzen. Onze hersenen worden vergeleken met computers, alsof we een reeks algoritmes zijn die simpelweg geprogrammeerd kunnen worden. Maar kan een computer de intuïtie nabootsen die je voelt wanneer je ‘een onderbuikgevoel’ hebt dat correct blijkt te zijn? Of de empathie die je ervaart wanneer je een vriend troost die een dierbare heeft verloren?
In de oudste Indiase geschriften, de Vedas, staat geschreven dat Ātman – het zelf – niet gekend kan worden via de zintuigen. Het is gelijk aan Brahman, de werkelijkheid achter alles wat bestaat. Dit betekent dat de essentie van wie wij zijn niet te grijpen is met onze ogen, oren of handen. Maar we weten dat het er is.
Herinner je je de eerste keer dat je als kind een regenboog zag? De pure verwondering en vreugde die je voelde, tonen een aspect van ons bewustzijn dat moeilijk te kwantificeren is. Of denk aan een moment waarop je overweldigd werd door de schoonheid van de natuur, zoals een zonsondergang aan zee. Die ervaring van verbondenheid en ontzag overstijgt vaak onze fysieke zintuigen.
Misschien is de geest juist zo ongrijpbaar omdat hij meer is dan de som der delen. Misschien is dat wat ons werkelijk mens maakt: dat we diep van binnen weten dat er meer is dan wat we kunnen zien. Net zoals we weten dat de wind bestaat, zonder hem te kunnen vangen.
En misschien hoeven we niet alles te bewijzen om te weten dat het echt is. Want in de diepste essentie van ons bestaan schuilt een waarheid die verder reikt dan wat onze ogen kunnen zien of onze handen kunnen aanraken – een waarheid die we voelen, weten, en leven met elke ademhaling die we nemen.