Wanneer participatie vooral decor wordt


We houden tegenwoordig veel van participatie.
Er zijn bewonersavonden.
Burgerpanels.
Klankbordgroepen.
Consultaties.
Rondetafelgesprekken.
Online enquêtes.

Dat lijkt mij op zichzelf vooruitgang.
Bestuurders die besluiten nemen zonder mensen te horen, missen informatie die alleen buiten het gemeentehuis of bestuurskantoor beschikbaar is.

Maar er bestaat een merkwaardige vorm van participatie.
Je mag overal over meepraten.
Behalve over het besluit zelf.

De nieuwe woonwijk komt er.
Maar bewoners mogen meedenken over de inrichting.

De organisatie wordt samengevoegd.
Maar medewerkers mogen adviseren over het veranderproces.

De voorziening gaat dicht.
Maar betrokkenen worden geraadpleegd over de overgang.

Iedereen wordt gehoord. Niemand kan de richting nog veranderen. Dat verschil lijkt klein, maar is fundamenteel. Want gehoord worden is niet hetzelfde als invloed hebben.
De echte test van participatie is daarom misschien verrassend eenvoudig:
Kan het antwoord nog nee zijn?

Kan een gesprek ertoe leiden dat een plan wezenlijk verandert?
Kan het bestuur terugkomen op een uitgangspunt?
Kan een burger iets op tafel leggen waardoor de koers daadwerkelijk wordt aangepast?

Als dat mogelijk is, ontstaat invloed.
Als dat onmogelijk is, ontstaat vooral communicatie.

Dat hoeft niet verkeerd te zijn.
Soms staat een besluit terecht vast en moet alleen de uitvoering worden besproken.
Maar noem het dan ook zo.

Een informatieavond is geen participatie.
Een consultatie is geen medebeslissing.
En luisteren is niet hetzelfde als gehoor geven.

Misschien zou iedere participatieavond daarom moeten beginnen met één zin:
Dit ligt al vast. En hierover kunt u werkelijk nog iets veranderen.

Dat zou misschien minder inclusief klinken.
Maar wel een stuk eerlijker.