Verraad kondigt zich zelden aan als verraad.
Het komt niet binnen met gebalde vuisten of een kwaadaardige glimlach. Het gebruikt keurige woorden. Het zegt dat het “beter is voor iedereen”. Dat er “eigenlijk geen andere keuze” was. Dat je het “toch ook moet kunnen begrijpen”.
Dat is misschien wel het pijnlijkste: niet alleen dat iemand je laat vallen, maar dat hij je onderweg nog probeert uit te leggen waarom dat volkomen logisch is.
Zoals de schorpioen die de kikker verzekert dat hij hem niet zal steken. Waarom zou hij? Ze zouden immers allebei verdrinken. De kikker laat zich overtuigen door de logica. Totdat halverwege de stroom de angel er toch in gaat. Pas als ze zinken volgt de verklaring: het is nu eenmaal zijn natuur.
Verraad schuilt vaak in het geloof dat de ander redelijk zal handelen. Maar de kikker verwarde een goed argument met een veranderde aard. Mensen zijn geen sluitende redeneringen; hun driften en patronen winnen het uiteindelijk bijna altijd van hun beloften.
Wijsheid is daarom niet dat je niemand meer vertrouwt.
Wijsheid is dat je niet alleen luistert naar wat iemand zegt, maar ook kijkt naar wat iemand steeds opnieuw doet.
Want verraad klinkt soms overtuigend.
Vooral vlak voordat het toeslaat.