De comfortabele stilstand


Waarom we liever verzuipen dan veranderen
In mijn laatste reisbrief keek ik terug op de verwijdering van mijn ouders. Een proces dat niet begon met een knal, maar met een zacht sissen. Het wegvallen van leiderschap. Het huis gaf zichzelf op en ik pakte het stuur over, niet uit overtuiging, maar uit noodzaak. Ik leerde niet te voelen, maar te kijken naar wat werkte.


Die les van toen is de vloek van nu.
Want wat ik om mij heen zie, in de politiek, in de zorg, in bestuurskamers, is een collectieve angst voor herdefinitie.

De leugen van het beheer
We leven in een tijd van beheerders, niet van leiders. Of het nu gaat om polderpolitiek of de bureaucratische monsters in de zorg waar ik dagelijks mee te maken heb: men is drukker met het poetsen van de reling dan met het verleggen van de koers.

Het probleem is niet dat we niet willen veranderen, maar dat we dat willen doen zonder onszelf aan te raken. We willen duurzaam zijn zonder onze consumptie op te offeren. Betrokken zonder confrontatie. We vernieuwen de verpakking, maar laten de inhoud ongemoeid. Lauw blijft lauw.

We zijn bang om onszelf opnieuw te definiëren, omdat herdefinitie altijd verlies betekent. Omdat de oude versie moet sterven voordat er iets nieuws kan ontstaan.

Leiderschap begint voor mij niet bij oplossingen, maar bij het durven benoemen van wat opgegeven moet worden. Niet alles kan blijven bestaan. Niet elke identiteit kan worden behouden. Wie verandering wil zonder verlies, wil in feite niets veranderen.

De retorica van de angst
In het huidige Europa is er feitelijk nog maar één politicus die handelt als leider in plaats van beheerder: Giorgia Meloni. Niet omdat zij per definitie gelijk heeft, maar omdat zij iets doet wat de rest weigert. Zij formuleert een identiteit en neemt daar verantwoordelijkheid voor.

Andere Europese leiders verschuilen zich achter processen, overlegstructuren en morele neutraliteit. Zij beheren het bestaande, maar durven het niet te herdefiniëren. Daarmee ontstaat een vacuüm waarin richting ontbreekt. Meloni stapt dat vacuüm binnen. Niet met nuance, maar met duidelijkheid. Niet met procedures, maar met taal die appelleert aan wie mensen denken te zijn.

Dat maakt haar niet gevaarlijker dan de rest, maar zichtbaarder. Het werkelijke gevaar schuilt in bestuurders die geen leider willen zijn. In mensen die angst verwarren met voorzichtigheid en morele terughoudendheid met wijsheid. Door zelf geen identiteit te formuleren, legitimeren zij dat iemand anders het doet.

De aantrekkingskracht van Meloni is geen bewijs van collectieve verdwazing, maar van collectief falen. Leiderschap dat wordt uitbesteed aan beheer, wordt vroeg of laat opgeëist door iemand die wel durft te spreken in termen van ‘wij’, ook wanneer dat ongemakkelijk is.

Angstbeheer
In de zorg zie ik hoe ‘menselijke maat’ is verworden tot een beleidswoord. Wanneer een verpleegkundige afwijkt van het protocol om een stervende rust te geven, volgt geen gesprek maar een audit. Niet de intentie wordt bevraagd, maar de afwijking geregistreerd.

Dat is geen kwaliteitszorg. Dat is angstbeheer. Menselijkheid verdraagt geen volledige controle, en precies daarom wordt zij zo zorgvuldig ingeperkt.

Noli me tangere
Raak me niet aan. Dat schreef ik over de dood, maar het geldt blijkbaar ook voor onze overtuigingen. We willen niet aangeraakt worden in onze comfortzone. Niet bevraagd. Niet verstoord.

Maar wie niet bereid is om geraakt te worden, wie niet bereid is de pijnlijke waarheid boven de comfortabele leugen te verkiezen, blijft steken in een eeuwig verder gaan zonder ooit ergens aan te komen.

Ik beloof niets nieuws voor dit jaar. Ik weiger de retoriek van goede voornemens. Ik ga verder, maar met open ogen.
En ik daag u uit: durft u uzelf opnieuw te definiëren, of beheert u slechts uw eigen verdwijning?