Niets te verbergen? Toch iets te verliezen


U heeft niets misdaan. U betaalt belasting, houdt zich aan de regels en gaat gewoon naar uw werk. Waarom zou u zich dan druk maken over de gegevens die de overheid over u verzamelt?

Omdat ook een keurige burger kan vastlopen in een systeem dat hem niet meer gelooft.

Dat is mijn zorg bij de mogelijkheden om ons via gegevens te controleren. Wie kijkt er mee? Waarvoor worden die gegevens gebruikt? En bij wie kunt u terecht als de computer het verkeerd heeft?

Tijdens de coronacrisis werd zichtbaar hoeveel mogelijk is. In Spanje werden in 2020 gegevens van ruim veertig miljoen mobiele telefoons gebruikt om verplaatsingen van de bevolking te onderzoeken. Volgens de Spaanse overheid ging het om anonieme, samengevoegde gegevens, niet om het volgen van individuele personen. Dat verschil doet ertoe. Het laat tegelijk zien op welke schaal ons dagelijks leven met data in beeld kan worden gebracht.

Daar kunnen goede redenen voor zijn. De overheid moet kunnen optreden tegen criminaliteit, fraude en bedreigingen voor de volksgezondheid. Gegevens kunnen daarbij helpen.

Maar een goed doel is geen vrijbrief om alles te verzamelen wat technisch mogelijk is. Iedere uitbreiding van toezicht vraagt om grenzen. Welke gegevens zijn echt nodig? Wie mag erbij? Wanneer worden ze verwijderd? En wie controleert of die afspraken worden nagekomen?

Het antwoord ‘vertrouw ons maar’ vind ik onvoldoende.

We hoeven voor de gevolgen van ontspoorde controle niet naar een ver buitenland te kijken. De toeslagenaffaire speelde hier. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde vast dat de Belastingdienst gegevens over de nationaliteit van aanvragers onrechtmatig en discriminerend had verwerkt. De parlementaire onderzoekscommissie concludeerde dat grondbeginselen van de rechtsstaat waren geschonden.

Dat waren burgers die bescherming van hun overheid mochten verwachten.

Daar zit voor mij het grootste gevaar: een organisatie die zoveel vertrouwen krijgt in haar eigen regels en systemen dat het verhaal van de burger nauwelijks meer meetelt. Een vinkje, een afwijking of een risicoscore kan dan zwaarder wegen dan een menselijke uitleg.

Stel dat u ten onrechte als risico wordt aangemerkt. U belt, schrijft en levert bewijs aan. Maar de medewerker kijkt naar hetzelfde scherm waarop die verdenking staat. Wie durft dan nog te zeggen: misschien klopt ons systeem niet?

Een computer heeft geen geweten. De mensen die hem inzetten, dragen de verantwoordelijkheid. Daarom moeten ambtenaren ruimte krijgen om fouten te herstellen en onredelijke uitkomsten aan te kaarten. Een medewerker die aan de bel trekt, verdient een luisterend oor. Een leidinggevende moet meer willen weten dan of alle vakjes zijn ingevuld.

Ook bedrijven moeten uitleggen waarom zij gegevens over klanten en werknemers verzamelen. Het feit dat gedrag meetbaar is, maakt iedere meting nog niet nuttig of wenselijk. Wat levert al dat controleren op? En wat kost het aan vertrouwen?

Ik wil een overheid die gericht controleert, uitlegt waarom dat nodig is en zelf stevig gecontroleerd wordt. Die fouten toegeeft en herstelt. Waar je een mens kunt spreken die ook werkelijk iets kan veranderen.

Privacy gaat over de ruimte om uw leven te leiden zonder voortdurend beoordeeld te worden. Om een fout te mogen maken. Om een besluit te kunnen aanvechten zonder te verdwalen tussen loketten en automatische antwoorden.

‘Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen’, klinkt geruststellend. Totdat uw gegevens verkeerd worden uitgelegd en niemand meer naar u luistert.

Ook wie niets te verbergen heeft, heeft iets te verliezen: zijn vrijheid, zijn bestaanszekerheid en het recht om eerlijk behandeld te worden.