Je lichaam begint zich met je plannen te bemoeien


Jarenlang gedraagt je lichaam zich als een voorbeeldige werknemer.

Het werkt op de achtergrond. Het klaagt weinig. Het voert je plannen uit zonder eerst een vergadering in te plannen.

En dan verandert er iets.

Een knie verlangt inspraak. Een rug begint kritische vragen te stellen. Vermoeidheid houdt zich niet langer aan de afgesproken werktijden.

De geest wil nog van alles. Het lichaam leest de agenda en zegt: dat dacht ik niet.

Ouder worden is mede daarom beledigend. Niet alleen omdat er iets afneemt, maar omdat je ontdekt dat wilskracht geen onbeperkte bevoegdheid heeft.

We spreken graag over autonomie. Over regie. Over het leven vormgeven. Totdat het lichaam zich meldt. Maar dat hoeft niet alleen tragisch te zijn; het is vaak een correctie. Een herinnering dat je niet buiten de natuur staat. Dat grenzen geen persoonlijke mislukking zijn. Dat rust niet hetzelfde is als opgeven.

Je lichaam saboteert je leven niet. Het vertelt je alleen, soms weinig diplomatiek, dat je eindig bent. Misschien is volwassen worden leren wat je kunt. Ouder worden is leren wat je niet meer hoeft te bewijzen.