Wat je bezit, bezit jou ook (Over de zachte dwang van verbondenheid)


Er bestaat een oude wijsheid, vaak achteloos uitgesproken maar zelden volledig begrepen:

“Wat je bezit, bezit jou ook.”

De meeste mensen denken dan direct aan spullen. De auto die gewassen moet worden, het huis dat verbouwd moet, de aandelen die ‘s nachts door je hoofd malen. Maar het echte bezit, het meest verstikkende én meest dierbare bezit, is zelden van materiële aard. Het zijn de mensen om ons heen. Onze relaties. Onze wortels.

Want hoe vrij is een mens die zichzelf ziet als autonoom wezen, maar intussen gevangen zit in het web van zijn sociale omgeving?

Je partner. Je ouders. Je kinderen. Je vrienden. Je collega’s. Zij vormen de innerlijke kring die, zonder het te willen, als een onzichtbare grenswachter fungeert. Wat mag je zeggen? Wat niet? Welke dromen zijn acceptabel – en welke te groot, te wild, te vreemd?

En dan komt het: we houden van die mensen. Natuurlijk. Maar dat maakt het net zo ingewikkeld. Want wie houdt, wil niet afwijken. Niet teleurstellen. Niet botsen. En dus… kiezen we soms de veiligheid van de bevestiging boven de vrijheid van de zelfexpressie.

De zachte tirannie van goede bedoelingen
Het begint vaak onschuldig. Een moeder die zegt: “Doe maar rustig aan, jongen. Je hebt het toch al goed?”

Of een vader die zijn technisch niet talentvolle zoon adviseert: “Techniek, dáár zit de toekomst in.”

En voor je het weet, ben je afgestudeerd in iets waar je niet van houdt, werk je in een baan die niet past, leef je een leven dat prima is – maar nooit het jouwe werd.

Dit is geen aanklacht. Het is een constatering. De onuitgesproken regels binnen een groep zijn vaak zo subtiel, dat je ze pas opmerkt als je eraan probeert te ontsnappen. Peers – of je nu zestien bent of zestig – bepalen voor een groot deel de bandbreedte van je keuzes. Niet met geweld, maar met gezucht, bedenkelijke blikken en de beruchte zinnen die beginnen met “Ik zou het zelf niet doen, maar…”

En wie zich aanpast – zoals de meesten van ons – ontwikkelt op den duur een vorm van zelfcensuur. Niet uit lafheid, maar uit liefde. Of uit gemak. Of beide.

Waarom eerlijkheid aan jezelf soms de grootste moed vergt
Echte keuzes vragen lef. Niet het soort lef dat je nodig hebt om uit een vliegtuig te springen, maar het soort dat vereist is om je eigen pad te volgen, wetend dat anderen daar iets van zullen vinden.

Keuzes maken is geen rationele afweging, maar een daad van zelfleiderschap. En laten we eerlijk zijn: veel mensen zijn allang niet meer de baas in eigen hoofd. Laat staan in hun hart. Of buik.

Wie is bij jou aan het roer?

Is het je hoofd, dat alles rationaliseert?
Je hart, dat verlangt naar harmonie?
Of je buik, die vaak eerder weet wat goed is dan jijzelf?

Tot slot: Je bezit jou ook
En dus keren we terug naar die oude wijsheid.

“Wat je bezit, bezit jou ook.”

En dat geldt – met een knipoog – net zo goed voor je schoonmoeder als voor je hypotheek. Voor je vriendschappen als voor je zelfbeeld.

Wees dus waakzaam. Niet paranoïde, maar wakker.
En stel jezelf af en toe de vraag:
Is dit echt wat ík wil, of wat de mensen van wie ik houd graag zouden willen dat ik wil?

Als je iets inlevert, krijg je er ruimte voor terug. En wie weet… ontdek je dan dat vrijheid minder draait om loslaten, en meer om durven kiezen.