Soms gebeurt er iets kleins dat toch alles verschuift. Iemand kijkt je aan en blijft net iets langer hangen dan gebruikelijk. Niet onderzoekend, niet beoordelend, maar aanwezig. Er wordt niets gezegd. Toch verandert er iets. Alsof je, zonder dat het benoemd wordt, even meetelt.
We zijn geneigd zulke momenten achteraf logisch te verklaren. Aandacht. Erkenning. Psychologie. En dat klopt ook, tot op zekere hoogte. Maar wie eerlijk kijkt, voelt dat er iets gebeurt wat niet volledig in taal past.
Om logica levend te houden, heb je andere krachten nodig die je als onlogisch kunt omschrijven. Zoals de liefde. Maar ook kunst, waarmee je iets kunt zegenen wat taal en logica niet kunnen.
Logica ordent. Zij legt verbanden, trekt conclusies en bewaart samenhang. Dat is onmisbaar. Maar logica kan niets tot leven roepen. Zij kan alleen werken met wat al bestaat en benoemd is. Liefde en kunst doen iets anders. Zij raken aan voordat er begrippen zijn. Zij geven bestaansrecht zonder uitleg.
Een muziekstuk dat je onverwacht raakt, vraagt niet om instemming. Een schilderij verdedigt zichzelf niet. En liefde onderhandelt niet. Zij is er, of niet. In die zin zijn deze krachten onlogisch, maar niet willekeurig. Ze volgen een andere orde, een orde waarin betekenis niet wordt bewezen maar toegekend.
Misschien is dat wat zegenen werkelijk betekent. Niet heilig verklaren, niet verheffen, maar toestaan. Iets laten bestaan zonder het te hoeven vastleggen of reduceren. Het gezien laten worden.
Zodra iets zo wordt aangeraakt, verandert het. Niet omdat het anders wordt, maar omdat het niet langer alleen is. En ook wie kijkt, keert niet ongeschonden terug. Logica kan dat niet verklaren. En hoeft dat misschien ook niet.
Sommige dingen moeten niet begrepen worden om waar te zijn. Ze hoeven alleen gezien te worden.