Het is prettig om gelijk te hebben. Veel prettiger dan twijfelen. Twijfel is rommelig.
Je moet luisteren. Nieuwe informatie toelaten. Misschien zelfs terugkomen op iets wat je gisteren met grote overtuiging hebt gezegd.
Zekerheid is comfortabeler. Het probleem is alleen dat wij veel minder zeker weten dan we denken.
Een bestuurder ziet de organisatie.
Een medewerker ziet de uitvoering.
Een accountant ziet cijfers.
Een arts ziet ziekte.
Een patiënt ervaart zijn lichaam.
Een econoom ziet prikkels.
Een ondernemer ziet zijn rekening.
Iedereen kijkt naar dezelfde werkelijkheid. Maar niemand vanuit dezelfde positie. Dat maakt nieuwsgierigheid belangrijk. Niet als vriendelijke karaktereigenschap. Maar als methode.
Nieuwsgierigheid zegt:
Wat zie jij wat ik niet zie?
Dat is een buitengewoon krachtige vraag. Want misschien blijkt de ander ongelijk te hebben. Ook dat is nuttige informatie. Maar misschien zit er in zijn afwijkende waarneming precies het stukje werkelijkheid dat in jouw model ontbreekt. Daarom vind ik de zin ‘we weten dat’ inmiddels altijd interessant.
Soms weten we het inderdaad.
De aarde draait om de zon.
Lood is ongezond.
Roken veroorzaakt ernstige gezondheidsschade.
Niet iedere discussie hoeft eeuwig opnieuw. Maar tussen volledige zekerheid en complete onwetendheid ligt een enorm terrein. Daar bevinden zich prognoses.
Modellen.
Risico-inschattingen.
Menselijk gedrag.
Economische effecten.
Maatschappelijke ontwikkelingen.
Precies daar zou nieuwsgierigheid sterker moeten worden naarmate onze overtuiging groeit.
Niet zwakker.
Misschien is dat zelfs een goede persoonlijke test:
Welke informatie zou mij van mening kunnen doen veranderen?
Wie daar geen antwoord op heeft, verdedigt misschien geen conclusie meer.
Maar een identiteit.
Zekerheid sluit het gesprek.
Nieuwsgierigheid laat altijd één stoel vrij voor de mogelijkheid dat we iets over het hoofd zien.