Ken je dat gevoel? Je loopt een kamer binnen, kijkt rond en ineens weet je het zeker: dit heb je eerder meegemaakt. Sterker nog, je weet precies wat er gaat gebeuren. Je tante gaat binnen twee seconden haar koffie morsen, oom Jaap gaat mopperen over de politiek, en je neefje gaat huilen omdat zijn Lego-toren voor de zoveelste keer instort. Drie, twee, één… Bingo! Dat, lieve lezers, noemen we een déjà vu.
Déjà vu is Frans voor “al gezien”. En hoewel het Frans klinkt als een dure wijn of een romantisch weekendje Parijs, is het eigenlijk meer als een slechte herhaling van een tv-serie waarvan je niet eens wist dat je die keek. Maar wat is déjà vu precies, behalve die ongemakkelijke herinnering aan iets wat je eigenlijk nog niet hebt meegemaakt?
Wetenschappers leggen het graag uit met ingewikkelde neurologische termen zoals “kortsluiting in de hersenen” of “vertraging in het geheugenproces”. Persoonlijk vind ik het een stuk leuker om te denken dat déjà vu gewoon het universum is dat even een grapje met je uithaalt. Een soort kosmische variant op ‘verborgen camera’, alleen zonder camera’s en helaas ook zonder presentator die lachend uit de bosjes springt.
Wetenschappers hebben geprobeerd het mysterie van déjà vu te ontrafelen, en zoals altijd doen ze dat met ingewikkelde termen en serieuze gezichten. Maar geen zorgen, ik heb het voor je vertaald naar mensentaal. Eén populaire theorie is dat déjà vu ontstaat door een soort “kortsluiting” in je hersenen. Stel je voor: je brein is een supergeavanceerde computer (oké, sommige dagen meer dan andere), en soms loopt er een kabeltje verkeerd. Je hersenen denken dan dat iets wat je net meemaakt eigenlijk al een herinnering is. Het is alsof je geheugen een déjà vu heeft van zichzelf. Mind = blown.
Een andere theorie – en deze vind ik persoonlijk hilarisch – is dat déjà vu eigenlijk een soort “geheugencheck” is. Je brein doet constant aan multitasking (iets wat wij mensen vaak proberen maar zelden goed doen), en soms loopt dat niet helemaal synchroon. Je hersenen scannen bijvoorbeeld een nieuwe situatie en denken: “Wacht even, dit lijkt verdacht veel op iets wat we al kennen.” En hop, daar is je déjà vu! Het is dus eigenlijk gewoon je brein dat een beetje te enthousiast probeert te bewijzen hoe slim het is.
En dan is er nog de theorie van Akira O’Connor, een slimme wetenschapper die zegt dat déjà vu misschien ontstaat als je hersenen foutieve herinneringen corrigeren. Het werkt zo: stel, je ziet iets nieuws, maar je geheugen registreert het per ongeluk alsof het oud nieuws is. Je hersenen merken die fout op en zeggen: “Ho ho, dit klopt niet!” Maar tegen de tijd dat ze dat hebben rechtgezet, voelt het voor jou alsof je er al bent geweest. Alsof je hersenen een slechte grap met je uithalen.
Dus ja, wat het ook precies is – een glitch in de matrix, een overijverige breincheck of gewoon het universum dat met ons speelt – déjà vu blijft een fascinerend fenomeen. En eerlijk? Ik vind het stiekem wel geruststellend om te weten dat zelfs onze hersenen af en toe niet helemaal weten wat ze doen. Dat maakt ons allemaal toch net iets menselijker.
Een vriendin vertelde me laatst enthousiast dat déjà vu een teken is van je ziel, die bevestigt dat je precies bent waar je hoort te zijn. Dat klinkt prachtig en geruststellend, maar eerlijk gezegd hoop ik dan toch dat mijn ziel betere plaatsen kan bedenken dan de rij bij de supermarkt of een eindeloos lange vergadering op kantoor.
Misschien is déjà vu gewoon een herinnering aan iets wat we in onze dromen al eens hebben beleefd. Of misschien heeft iedereen stiekem een tijdmachine, maar vergeten we steeds dat we hem hebben gebruikt omdat het apparaat op de verkeerde stand stond. De mogelijkheden zijn eindeloos en heerlijk absurd, net als het fenomeen zelf.
Dus, de volgende keer dat je tante weer koffie morst, oom Jaap begint te klagen en het neefje in tranen uitbarst, glimlach dan even geheimzinnig. Je hebt dit allemaal al eens eerder gezien. Of toch niet?