De wereld in drie spiegels – Waarom 2026 vraagt om minder praat en meer uitvoering


Soms begrijp je geopolitiek beter door niet naar landen te kijken, maar naar gedrag.

Stel je drie buren voor.
De eerste verbouwt voortdurend zijn huis. Muren eruit, nieuwe verdieping erop, direct doorpakken.
De tweede heeft alles strak georganiseerd. De planten staan precies recht, de planning klopt, maar niemand durft een afwijkend idee te testen.
De derde heeft een perfecte map met regels, procedures en kwaliteitschecks. Keurig. Alleen blijft de grote renovatie telkens liggen.

Dat is, in grove lijnen, de wereld van nu: Amerika, China en Europa.

Mijn eerdere duiding uit begin 2025 zat in richting goed, maar 2026 vraagt om precisie. Niet om ideologische herhaling, wel om een eerlijkere vraag: welk systeem leert het snelst onder druk? Want dat is inmiddels de enige maatstaf die ertoe doet.

Amerika: wereldtop in snelheid, intern nog steeds schokkerig
Amerika blijft de plek waar ideeën snel geld, producten en marktmacht worden. De combinatie van topuniversiteiten, venture capital, platformbedrijven en defensiegerelateerde innovatie werkt nog altijd als een turbomotor. In AI, cloud, chips en software-ecosystemen is de VS uitzonderlijk sterk.

Maar die kracht draait in een samenleving die intern schuurt. Polarisatie, institutionele spanningen en cultuurstrijd zijn geen ruis aan de rand, maar structurele factoren. Daardoor zie je twee werkelijkheden tegelijk: buitengewoon effectief in technologische opschaling, maar bestuurlijk vaak nerveus en grillig.

Wat betekent dat praktisch?
• De VS kan razendsnel nieuwe technologie commercieel maken.
• Strategische industriepolitiek werkt, maar ongelijk. Sommige regio’s en sectoren profiteren veel meer dan andere.
• Geopolitiek en technologie zijn samengevoegd. Innovatie is niet meer alleen economie, het is ook veiligheid en invloed.

Amerika is dus niet “stabiel” in klassieke zin. Het is vooral krachtig in versnellen, ondanks interne onrust.

China: enorme uitvoeringskracht, maar minder spontane vernieuwing
China blijft indrukwekkend in schaal en coördinatie. Wanneer de centrale lijn is gezet, volgt een niveau van mobilisatie waar veel landen niet aan kunnen tippen. Dat is een strategisch voordeel dat je niet moet onderschatten.

Tegelijk groeit de prijs van controle. Een systeem dat sterk stuurt, beperkt vaak ook afwijking. En juist afwijking is brandstof voor fundamentele innovatie. Daar komt bij dat China langer met demografische druk en schuldengevolgen te maken krijgt. De overgang van een vastgoed- en exportgedreven model naar een veiliger, meer intern gestuurd model is rationeel, maar remt dynamiek.

Belangrijk detail: het cliché dat China alleen imiteert klopt niet meer. In diverse sectoren innoveert China stevig. Alleen gebeurt dat vaker selectief en strategisch gestuurd, minder via een breed, open en grillig ondernemersveld.

Het resultaat is een systeem dat machtig blijft, maar minder elastisch wordt.

Europa: sterke waarden, zwakke versnelling
Europa heeft echte kwaliteiten. Rechtsstatelijkheid, sociale bescherming, publieke instituties en relatief hoge maatschappelijke stabiliteit zijn geen kleine pluspunten. In een chaotische wereld is dat waardevol kapitaal.

Maar juist hier zit de paradox: Europa is sterk in normeren, zwakker in opschalen. We zijn goed in het formuleren van kaders, minder goed in het bouwen van snelheid. Vaak regelen we eerst dicht, en hopen dan dat innovatie volgt. In de praktijk werkt het omgekeerd: zonder experimenteerruimte, kapitaalconcentratie en uitvoeringsdiscipline komt er weinig van de grond.

Dat betekent niet dat Europa “ten onder gaat” in absolute zin. Die formulering is te dramatisch. Wat wél gebeurt, is relatieve achteruitgang in concurrentiekracht wanneer tempo en schaal achterblijven bij de VS en delen van Azië.

De kern is dus niet dat Europa dom of zwak is. De kern is dat Europa te vaak te laat is.

Wat van de analyse uit begin 2025 overeind blijft
Drie dingen staan nog steeds stevig:
1. Asymmetrie in dynamiek – VS hoog-dynamisch, China hoog-gecontroleerd, Europa hoog-gereguleerd.
2. Interne samenhang is geopolitieke macht – Niet alleen economie telt, ook bestuurbaarheid en sociale cohesie.
3. Tijd is de beslissende factor – In een tijd van AI, energietransitie en veiligheidsdruk wordt trage uitvoering direct een strategisch nadeel.

Wat genuanceerd moest worden:
• China is innovatiever dan het oude stereotype suggereert.
• Europa zit eerder in relatieve dan absolute neergang.
• Amerika beweegt niet naar nette stabiliteit, maar naar een mix van concentratie van kracht en blijvende frictie.

De echte vraag voor 2026
We praten graag over waarden, modellen en visies. Terecht. Maar uiteindelijk wint het systeem dat sneller leert dan de omstandigheden veranderen.

Dat is de kernvraag voor 2026 en verder:
• Kan een land fouten snel corrigeren?
• Kan het kapitaal, talent en besluitvorming richten op prioriteiten?
• Kan beleid binnen redelijke tijd zichtbaar resultaat leveren?

Wie drie jaar nodig heeft om één jaar achterstand te repareren, verliest.

En Nederland dan?
Nederland is klein genoeg om snel te bewegen, maar institutioneel vaak ingericht alsof tijd onbeperkt is. Dat is het niet. Wie nu nog denkt in comfort van oude zekerheden, onderschat de snelheid van de nieuwe werkelijkheid.
Voor 2026-2028 zie ik vijf nuchtere opdrachten.

1. Verplaats de aandacht van beleidskwaliteit naar uitvoeringskwaliteit
Minder stapeling van plannen, meer discipline op realisatie.
Meet niet alleen intentie, meet doorlooptijd en impact.
2. Kies een beperkt aantal strategische domeinen en schaal die echt op
Niet alles tegelijk willen oplossen.
Beter drie dossiers goed dan tien half:
• digitale zorg en AI in de praktijk,
• energie- en netinfrastructuur,
• veiligheid en defensiegerelateerde innovatie.
3. Gebruik regelgeving als instrument, niet als eindstation
Regels moeten publieke waarden borgen én leren versnellen.
Elke nieuwe regel verdient één extra toets: helpt dit opschalen of remt het?
4. Herstel professionele handelingsruimte
In zorg, onderwijs, techniek en mkb zit veel probleemoplossend vermogen dicht op de praktijk. Als alles centraal wordt dichtgeregeld, droogt dat vermogen op.
5. Wees eerlijk over kosten van autonomie
Meer strategische onafhankelijkheid vraagt offers. Hogere kosten op korte termijn, scherpere prioritering en soms minder comfort. Zonder die eerlijkheid blijft autonomie retoriek.

Slot: de tijd van nette analyses is voorbij
Begin 2025 konden we nog spreken in contouren. In 2026 wordt uitvoering de harde scheidsrechter.

Amerika blijft vooroplopen in schaalbare innovatie, ondanks interne schokken.
China blijft sterk in mobilisatie, maar riskeert verstarring door controle.
Europa blijft normatief krachtig, maar operationeel kwetsbaar door traagheid.

Voor Nederland is de conclusie simpel en ongemakkelijk:
we hoeven niet de luidste te zijn, wel de snelste leerling in onze eigen klasse.

Niet nog een laag boven op de bestaande laag.
Niet nog een visie zonder tijdspad.
Niet nog een debat dat besluitvorming vervangt.

De komende jaren worden niet beslist door wie het mooiste verhaal vertelt, maar door wie het snelst leert en het best uitvoert.

En traagte, hoe fatsoenlijk ook verpakt, blijft gewoon achteruitgang.