De onzichtbare tralies van je denken


Ik kom soms mensen tegen die met overtuiging zeggen dat ze vrij denken. Onafhankelijk. Autonoom. Kritisch. Zodra iemand dat over zichzelf zegt, weet ik één ding zeker: hij heeft zijn leefmilieu nog nooit serieus bevraagd. Want wie dat wel heeft gedaan, weet hoe hardnekkig die stille achtergrond is die je als vanzelfsprekend beschouwt.

Vrij denken klinkt heroïsch. In de praktijk voelt het vooral eenzaam.

We willen graag geloven dat onze gedachten voortkomen uit een soort innerlijke vrijheid, maar veel van ons denken is gewoon erfgoed. Het zit in ons zoals dialect in een stem zit of kruimels in een broodtrommel. Je krijgt het mee zonder dat iemand het uitlegt. Je ouders, je dorp, je boeken, je scholen, je vrienden, het hele decor van je leven ademt voortdurend in je gedachten. En jij ademt terug.

Natuurlijk zijn er mensen die dat ontkennen. Die zeggen dat ze zelf nadenken. Maar wie te lang in dezelfde kamer zit, ruikt zijn eigen lucht niet meer. Zo werkt het ook met mentale ruimtes. Je denkt dat je vrij bent, omdat je de tralies niet ziet.

De interessante vraag is niet of je omgeving je denken kleurt. Dat doet ze. Punt. De vraag is of je ooit hebt onderzocht hoeveel daarvan eigenlijk met jou te maken heeft. En hoeveel met het toevallige feit dat je hier bent geboren in plaats van ergens anders, tussen deze mensen in plaats van tussen anderen.

Ik merk het bij mezelf ook. Jarenlang hield ik overtuigingen voor ‘mijn eigen denken’, terwijl ze vooral pasten bij de kring waarin ik mij veilig en erkend voelde. Pas toen die kring veranderde, begon ik te zien hoeveel vanzelfsprekendheden ik nooit echt had onderzocht.

Veel mensen die zichzelf als kritisch en zelfstandig beschouwen, blijven opvallend netjes binnen de contouren van hun sociale en professionele omgeving. Niet omdat ze niet beter kunnen denken, maar omdat afwijkend denken sociale kosten heeft. Maar dat heeft een prijs. De prijs is de reikwijdte van je denken. Hoe minder je onderzoekt, hoe kleiner je wereld wordt. Terwijl die wereld niet klein hoeft te zijn. Ieder mens kan groter denken dan zijn omgeving, maar alleen als hij het ongemak toelaat.

Zonder frictie geen inzicht. Zonder wrijving geen helderheid.

Misschien is dat wel het verschil tussen overleven en leven. Overleven doe je binnen je leefmilieu. Leven begint op het moment dat je het bevraagt.
De vraag is dus niet hoe groot je leefmilieu is. De vraag is hoeveel ruimte jij durft te maken in je hoofd, ondanks dat milieu. En hoeveel daarvan werkelijk van jou is.

En eerlijk gezegd: dat antwoord is meestal een stuk uitdagender dan mensen zelf denken. Dat maakt het precies de moeite waard om ernaar te zoeken.

Wanneer botste jouw mening voor het laatst met de ‘lucht’ van je omgeving?