Het doodskleed van regulering – Waarom Europa niet meer beschaafd is


In ons moderne zelfbeeld staat beschaving gelijk aan een overvloed aan regels, protocollen en morele kaders. We sussen onszelf met de gedachte dat een samenleving die elke vorm van ongemak weg-reguleert, de hoogste vorm van ontwikkeling heeft bereikt. De socioloog Norbert Elias leerde ons echter een fundamenteel andere les over wat het werkelijk betekent om beschaafd te zijn. Voor Elias was beschaving geen stapel wetboeken, maar een pijnlijk historisch proces van driftbeheersing. Het draaide om de groei van het individuele vermogen om instinctieve impulsen, agressie en onbehagen te internaliseren. Een beschaafd mens is volgens hem niet iemand die door de staat wordt gedwongen tot fatsoen, maar iemand die de innerlijke kracht heeft ontwikkeld om zichzelf te beheersen, zelfs wanneer de ander schuurt of kwetst.

Vandaag de dag getuigen we van de omkering van dit proces, een stadium van decivilisatie. In Europa hebben we de interne zelfbeheersing ingeruild voor een verstikkende externe dwang die ik omschrijf als morele stabiliteit. Omdat we het vermogen hebben verloren om werkelijke intellectuele of sociale schuring te verdragen, eisen we dat de staat als morele scheidsrechter optreedt. De wildgroei aan politieke partijen en de opkomst van ‘woke’ als institutionele machtsstructuur zijn de symptomen van deze verstarring. Het zijn mechanismen die niet langer bedoeld zijn om een open debat te faciliteren, maar om de mentale ruimte te zuiveren. Wie buiten de nauwe marges van de gewenste morele consistentie treedt, wordt direct gediskwalificeerd. De staat beheert niet langer de orde, maar de intentie en het gevoel van haar burgers.

Deze verschuiving heeft rampzalige gevolgen voor de maatschappelijke dynamiek. Een systeem dat verkiest om op basis van morele intentie in plaats van effectiviteit te sturen, verliest onvermijdelijk haar corrigerend vermogen. We bevinden ons in een bestuurlijke inertie waarbij de angst voor het morele oordeel groter is geworden dan de noodzaak om strategisch te handelen.

Deze moreel-administratieve verschuiving is niet abstract, maar tastbaar zichtbaar in de manier waarop Europa innovatie bestuurt. Neem de Europese regulering rond kunstmatige intelligentie. Terwijl Amerikaanse en Aziatische bedrijven experimenteren, falen, bijstellen en opschalen, kiest Europa ervoor om vooraf morele kaders, risicoclassificaties en aansprakelijkheidsregimes vast te leggen voor technologie die zich nog ontwikkelt. Niet het waargenomen effect staat centraal, maar de veronderstelde intentie en het potentiële morele risico. Het gevolg is voorspelbaar: Europese startups wijken uit, investeringen verschuiven en universiteiten worden voorzichtig tot op het verlammende af. In plaats van beschaving in de vorm van beheersing van macht, ontstaat een systeem dat macht neutraliseert voordat zij zich überhaupt kan manifesteren.

Deze verlamming vertaalt zich direct naar onze positie op het wereldtoneel. Ik ben over Europa erg somber; hoe ik ook kijk, we doen niet meer mee. De pijnlijke realiteit laat zich vangen in de bekende drieslag: Amerika innoveert, China kopieert en Europa reguleert. Terwijl anderen de grenzen van het mogelijke opzoeken, zijn wij druk bezig met het dicteren van de morele en administratieve kaders waarbinnen die vernieuwing zou moeten passen. Het resultaat is dat we onszelf de relevantie in reguleren.

De bron van vooruitgang – de vrije, ongefilterde botsing van ideeën – dooft hierdoor langzaam uit. Mijn getuigenis is dat Europa de interne tucht van de beschaving heeft vervangen door een administratieve gevangenis. We zijn verworden tot een continent dat krampachtig vasthoudt aan zijn morele superioriteit, terwijl we historisch en economisch gezien langzaam sterven in schoonheid.

Misschien is dit geen tijdelijke ontsporing, maar een structureel eindstadium. Beschaving, zo leerde Elias ons impliciet, vraagt voortdurende innerlijke spanning, het verdragen van frictie zonder directe externalisering. Europa lijkt die spanning niet langer te kunnen dragen. De vraag is dan niet of we irrelevant worden, maar of we nog in staat zijn het moment te herkennen waarop morele zelfgenoegzaamheid omslaat in historische blindheid. Beschaving sterft zelden door geweld van buitenaf; vaker verdwijnt zij stil, overtuigd van haar eigen superioriteit, terwijl de wereld allang is doorgelopen.