Verder leven lijkt me voldoende


Er hangt iets in de lucht. Dat voel je meteen.

Alsof de wereld collectief even heeft ingeademd en nu verwacht dat we allemaal tegelijk iets nieuws gaan worden.

Een betere versie.
Een rustigere.
Een productievere.
Iemand met plannen.

Er wordt verlangd. Naar overzicht. Naar een schone lei. Naar het idee dat alles wat tot nu toe niet lukte, vanaf nu wel gaat lukken. Omdat we dat hebben afgesproken. Met onszelf. Op een datum.

Ik heb daar altijd iets ontroerends in gevonden. En iets licht absurd.

We doen alsof het leven zich laat resetten. Alsof het even stil heeft gestaan, keurig heeft gewacht tot wij onze voornemens hadden geformuleerd, en nu zegt: goed, nu mag je opnieuw beginnen.

Alsof gisteren ineens minder geldig is.

Goede voornemens zijn meestal indrukwekkend. Ze zijn groot, overzichtelijk en moreel verantwoord. We gaan gezonder leven, rustiger worden, minder op onze telefoon, meer aanwezig, vaker nee zeggen, beter luisteren, vaker sporten en eindelijk dat ene boek lezen dat al drie jaar op het nachtkastje ligt.

Het probleem is niet dat ze onzinnig zijn. Het probleem is dat ze doen alsof we tot nu toe iets anders aan het doen waren.

Alsof we bewust hebben gekozen voor onrust.
Voor uitstel.
Voor halfslachtige pogingen.

Alsof het leven ons al die tijd niet gewoon overkwam.

Na alles wat ik heb achtergelaten, voelt het toevoegen van nieuwe beloftes wat overdreven. Ik heb net afscheid genomen van overtuigingen, verwachtingen en oude versies van mezelf die hun werk hebben gedaan. Het leek me niet het moment om mezelf opnieuw te overladen.

Ik heb daarom besloten dit jaar niets te beloven.

Niet omdat ik niets wil veranderen, maar omdat verandering zich zelden aan beloftes houdt. Ze komt op onhandige momenten. Ze laat zich niet plannen. Ze vraagt geen toestemming.

Ze vraagt aandacht. En volhouden.

Het idee dat we op een willekeurige dag ineens fundamenteel anders gaan leven, is vooral een geruststellende gedachte. Het suggereert dat alles wat mislukt, nog niet écht begonnen is. Dat de echte poging morgen start.

Maar morgen heeft dezelfde gewoontes.
Hetzelfde lijf.
Hetzelfde hoofd.

Mijn goede voornemen bestaat daarom uit iets overzichtelijks. Iets haalbaars. Iets dat ik al kan.

Ik ga verder leven.

Niet beter.
Niet bewuster.
Niet met meer intenties.

Gewoon verder.

Met dezelfde twijfels, dezelfde neiging tot uitstellen, dezelfde momenten van inzicht en dezelfde terugval. Niet omdat ik geen ambitie heb, maar omdat ik heb geleerd dat het leven geen verbeterproject is.

Het is geen versie-update. Geen nieuw seizoen. Geen herstart.

Het is een doorgaande beweging. Soms met richting, soms zonder. Soms met helderheid, vaak ook niet.

Misschien is dat wel de grootste misvatting van goede voornemens: dat ze suggereren dat het leven maakbaar is, zolang je het maar netjes formuleert.

Ik geloof eerder in iets anders. In blijven kijken. In af en toe iets laten liggen. In niet alles meenemen wat zich aandient. In accepteren dat doorgaan soms al genoeg is.

Dus nee, ik ga niets nieuws worden.
Ik ga niets beloven.
Ik ga niets verbeteren.

Ik ga verder.

En eerlijk gezegd lijkt me dat ambitieus genoeg.