Wat als we pas beseffen wat AI doet als het ons al heeft vervangen?
We leven in een tijd waarin alles nog lijkt te functioneren. De treinen rijden, de scholen draaien, de zorg rolt voort, de supermarkten zijn gevuld. Er is verkeer, er zijn vergaderingen, er zijn verkiezingen. Maar wie goed kijkt, voelt iets anders. Een trilling onder de oppervlakte. Een onzichtbare verschuiving in de fundamenten. Het is niet zomaar een verandering. Het is het einde van een tijdperk. En de geboorte van iets nieuws, iets radicaals anders.
“AI is een gamechanger”, zeggen ze in praatprogramma’s en podcasts, alsof het gaat om een nieuw stuk gereedschap in de gereedschapskist van de vooruitgang. Maar dat is het niet. Het is de gereedschapskist zélf die verandert. De manier waarop we denken, werken, kiezen en leven — alles wordt opnieuw geprogrammeerd. Kunstmatige intelligentie is geen extra laag over de wereld zoals we die kennen. Het is een nieuw fundament, waarop een andere wereld gebouwd zal worden. En niemand weet nog precies hoe die eruit zal zien.
We staan op een kruispunt. Dat zegt professor Jan Rotmans al jaren: we leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk. Het zijn geen golven die tegen de kust slaan, het is de zeebodem zelf die verschuift. Niet een crisis, maar een breuk. Geen vernieuwing, maar een mutatie.
En het gevaar? Dat zit niet alleen in de macht van de technologie. Niet in de algoritmes of in de datastromen. Het zit in onze traagheid. Onze verslaving aan het bekende. Onze weigering om werkelijk te zien wat er op het spel staat. We blijven discussiëren over cao’s en werkdruk, over curriculumvernieuwing en zorgstructuren, terwijl de kernvraag elders ligt: wat betekent het om mens te zijn in een wereld waarin machines beter kunnen leren, voorspellen, ontwerpen en zelfs troosten dan wij?
De komende vijf jaar zullen de laatste zijn waarin we nog denken dat we het tempo zelf kunnen bepalen. AI zal steeds dieper ingrijpen in onze levens. Het zal diagnoses stellen voordat een arts het weet. Het zal sollicitatiegesprekken vervangen en lessen geven, vergaderingen samenvatten en wetten interpreteren. Het zal schrijven, componeren, scheppen – sneller en efficiënter dan wij ooit konden. En terwijl wij verwonderd applaudisseren of verontwaardigd protesteren, verandert de orde der dingen. Ongemerkt, maar onomkeerbaar.
De democratie wankelt al, het vertrouwen in instituties brokkelt af, en nu komt er een technologie bij die onze waarneming en besluitvorming zelf kan manipuleren. Niet met brute kracht, maar met overtuiging. Subtiel. Gepersonaliseerd. Een algoritme weet eerder dan jijzelf welke keuze je morgen zult maken. Dat is niet sciencefiction. Dat is vandaag.
Ik geef u enkele scenario’s
De AI-diagnose vóór je arts
Je moeder voelt zich wat vreemd. Ze draagt een armband die haar vitale functies logt. ’s Ochtends krijg je een pushbericht: “Er is een onregelmatigheid gedetecteerd – neem contact op met een arts.” Terwijl jij nog dubt of het serieus is, rolt er al automatisch een behandeladvies uit het digitale dossier. De huisarts belt pas twee dagen later.
Solliciteren zonder zicht op mensen
Je zoon studeert af en solliciteert vol motivatie. Maar hij praat niet met een recruiter, voelt geen handen die een CV schudden. Het hele proces – van selectie tot afwijzing – verloopt via anonieme algoritmes, die sneller dan het menselijk oog keuzes maken. Pas na de derde afwijzing vraagt hij zich af: wie kent mij nu eigenlijk?
Gepersonaliseerd nieuws als filterbubbel
Je scrollt ’s avonds door het nieuws, maar merkt niet dat jouw nieuwsberichten anders zijn dan die van je buurman. Het AI-systeem selecteert wat jou aanspreekt, voorspelt zelfs waar je morgen over praat. Langzaam raak je los van de werkelijkheid van anderen – in jouw digitale werkelijkheid bevestigt elk bericht alleen maar jouw overtuiging.
De algoritmische rechter
Je buurvrouw krijgt een juridisch conflict over haar huurcontract. Ze uploadt haar gegevens, en binnen seconden heeft een AI-systeem een bindend advies uitgesproken. Menselijke rechters zijn voor uitzonderingen, de rest wordt afgedaan door logica en data – efficiënt, maar wie voelt het verschil tussen recht en rechtvaardigheid?
En als zelfs rechtspraak een datastroom wordt, wat betekent dat voor ons rechtvaardigheidsgevoel?
Kinderen leren van de machine
Je dochter loopt de klas binnen. Haar persoonlijke AI-tutor weet haar stemming, uitdagingen en leerstijl. Het rooster is aangepast, haar uitleg wordt direct gepersonaliseerd. De docent fungeert meer als begeleider aan de zijlijn. Na school vraagt ze: “Waarom hebben wij nog een meester nodig?”
Wat mij bezighoudt is dit: als we ons mens-zijn niet herijken – op waarden, op zingeving, op verbondenheid – dan zal AI niet het probleem zijn. Dan zijn wij het probleem. Want als we ons reduceren tot efficiëntie, tot prestaties, tot data, dan wint de machine. En verliezen wij.
We hebben nog een kleine marge. Een smalle corridor van jaren. Een korte tijdspanne waarin we kunnen kiezen. Niet om de komst van AI tegen te houden – dat kan niet en dat hoeft ook niet. Maar om onze plaats daarin te bepalen. Om de ziel van onze samenleving te bewaken. Om zorg weer menselijk te maken, onderwijs weer persoonlijk, bestuur weer moreel. Om op te staan voordat de stilte voor de storm ons in slaap sust.
De vraag is niet meer óf de wereld verandert. De vraag is: blijven wij aanwezig terwijl het gebeurt?
Wie nu niet kiest, zal straks niet meer hoeven kiezen.