Ergens in de jaren dertig schilderde Salvador Dali een wereld waarin klokken smolten, mensen in lades veranderden en de droom logischer leek dan het leven zelf. Het surrealisme was toen nog een stroming in de kunst, een zoektocht naar de logica van het onbewuste, de kracht van het irrationele, de schoonheid van de verwarring. Maar wat toen begon als een esthetische provocatie, lijkt inmiddels de werkelijkheid te zijn geworden waarin wij leven.
Want kijk om je heen: de grenzen tussen echt en onecht, waarheid en gevoel, zijn vervaagd. Wat ooit als waanzin werd gezien, wordt nu gepresenteerd als perspectief. De droomwereld is het middelpunt geworden van politiek, onderwijs en identiteit. Feiten zijn onderhandelbaar. Beleving is wet. En wie het aandurft om de werkelijkheid nuchter te benoemen, wordt al snel als harteloos of achterhaald beschouwd.
Het is verleidelijk om te denken dat dit zomaar is ontstaan, als gevolg van technologie of sociale media. Maar misschien begon het al veel eerder – in de kunst. Want elke verandering begint daar waar verbeelding nog mag bestaan. Kunst is het laboratorium van de ziel, waar we uitproberen wat nog niet gezegd of gedacht kan worden. Kunstenaars voelen de onderstroom eerder dan politici of wetenschappers; zij geven vorm aan wat in de lucht hangt.
Het surrealisme verzette zich tegen de alleenheerschappij van de rede en gaf ruimte aan het irrationele, het droomachtige en het onderbewuste. Niet het surrealisme als kunstvorm, maar wel de culturele voorkeur voor beleving boven toetsing is uiteindelijk mainstream geworden. In bestuur en universiteit heeft de ratio merkbaar terrein verloren aan het narratief. Waarheid is niet langer iets wat buiten ons bestaat, maar iets wat binnen ons wordt gevoeld.
Niet het surrealisme zelf bracht ons hier, maar het opende wel mee de deur naar een cultuur waarin beleving geleidelijk belangrijker werd dan werkelijkheid.
We leven dus niet meer in een surreële wereld – we zijn er één geworden. De klok van Dali is niet langer gesmolten op het doek, maar op het bureaublad van de samenleving. Tijd, waarheid, identiteit – ze vloeien alle kanten op.
En zo is het surrealisme, ooit bedoeld om de geest te bevrijden, verworden tot een ideologie die de geest juist gevangenhoudt. Waar het surrealisme de werkelijkheid artistiek wilde ontregelen, ziet men vandaag een politiek en cultureel klimaat waarin subjectieve beleving steeds vaker voorrang krijgt boven toetsbare werkelijkheid. Alleen is het nu niet langer kunst, maar beleid. Wat begon als verbeelding, is dogma geworden. Wat bedoeld was om muren te breken, bouwt er nu nieuwe – van taal, schuld en slachtofferschap.
Dali zou zich omdraaien in zijn graf, niet uit afkeer, maar uit verbazing: hoe zijn smeltende klokken een wereld konden inluiden waarin zelfs de werkelijkheid zelf vloeibaar werd verklaard.
Misschien is dat het ultieme surrealisme: een samenleving die zichzelf verliest in haar eigen droom.