Introductie:
Waarom staan we elke ochtend op, wetende dat de dag ons net zo goed kan overkomen als wij haar? Albert Camus zei: “Het absurde ontstaat uit de confrontatie tussen de menselijke behoefte aan betekenis en de stilte van het universum.” En daar zitten we dan, met onze to-do-lijst in de hand, op zoek naar een hoger doel tussen de e-mails, parkeerboetes en het gekletter van het journaal.
Van Sartre naar Camus: broeders in de twijfel
Het absurdisme werd geboren uit het existentialisme, als een kind dat zich al vroeg van zijn ouders losmaakt. Sartre leerde ons dat we “veroordeeld zijn tot vrijheid” – dat er geen hogere macht is die onze keuzes rechtvaardigt, behalve wijzelf. En Camus, aanvankelijk zijn geestverwant, ging nog een stap verder: als er geen hogere betekenis is, en we die ook niet zelf kunnen fabriceren zonder onszelf voor de gek te houden, wat blijft er dan over?
Een steen. Een berg. En een man die blijft duwen. Niet uit hoop, maar uit koppigheid.
Kafkaëske kantoren en digitale doolhoven
De erfenis van Kafka leeft voort. Niet in de literatuurcanon – daar wordt hij nog gelezen door filosofiestudenten en nachtelijke piekeraars – maar in de wachtrijen van de Belastingdienst. Je belt, je wacht, je hoopt op een mens, maar je krijgt een keuzemenu. En als je dan eindelijk iemand spreekt, blijken ze niet bevoegd om je vraag te beantwoorden. Dat is het absurdisme anno nu: niet in woorden, maar in protocollen.
De moderne mens: vrij, verantwoordelijk en verward
Sartre zou het nog altijd zeggen: jij bent degene die zin moet geven aan je bestaan. In elke keuze toon je wie je bent. Maar wat als de keuzes zich opstapelen tot keuzestress? Wat als vrijheid een vloek wordt? Dan verschijnt Camus weer op het toneel, met zijn ironische blik, zijn sigaret en zijn kalme stem: accepteer het absurde, verzet je zonder illusies, en leef. Niet ondanks de zinloosheid – maar erin.
De absurdist doet zijn jas dicht en loopt verder
We weten het allang: we zitten vast in een toneelstuk waar niemand het script gelezen heeft, de regisseur met pensioen is en de rekwisieten elke scène spontaan veranderen. En toch spelen we door – met overtuiging zelfs.
Misschien is dát het geheim: niet het vinden van zin, maar het oefenen in waardige belachelijkheid. Glimlachen om de chaos, een buiging maken na elke mislukte scène, en opstaan alsof het de bedoeling was.
Want als de wereld een klucht is, rest ons niets dan met rechte rug op te komen voor de edele kunst van het vallen.
Slotzin:
In een wereld zonder God, zonder handleiding en zonder nooduitgang, is elke glimlach een daad van verzet. Dus: duw die steen, drink je koffie, en geef de telefoniste van de zorgverzekeraar een compliment. Ook zij is Sisyphus. Ook zij is vrij.
Note:
Sisyphus is de sterveling die in opstand kwam tegen de goden en daarvoor de meest ernstige straf denkbaar opgelegd kreeg: zinloosheid.