De professoren en de algoritmen


Elke dag luister ik naar de podcast Boekestijn & De Wijk. Twee hoogleraren, geleid door een keurige journalist, die al maandenlang “op zoek zijn naar de nieuwe wereldorde.” Een nobel streven, zou je denken. Maar hoe langer ik luister, hoe meer mijn ergernis groeit.

Wat begint als analyse, eindigt vaak als een lofzang op het oude denken. Trump wordt weggezet als gevaar voor de democratie, populisten als bedreiging voor de beschaving, en ondernemers in de politiek als een onwelkome indringer in het domein der fatsoenlijken. De heren prediken de goede omgangsvormen van weleer – alsof beschaving gelijkstaat aan academische beleefdheid.

Maar wat ze vooral doen, is duiden met verouderde modellen. Ze beschouwen macht, oorlog en diplomatie nog steeds als schaakstukken op een bord dat allang van vorm is veranderd. Ze zien de drones vliegen, maar niet de algoritmen die ze aansturen. Ze herkennen kunstmatige intelligentie in wapens, maar niet in regeringen. Niet in verkiezingen. Niet in de meningsvorming die aan de basis ligt van elke oorlog.

AI is geen technologische toevoeging. Het is een nieuwe ordening van de werkelijkheid.
Politiek wordt data gestuurd, democratie beïnvloedbaar, leiderschap geprogrammeerd.
De macht verschuift van instituties naar netwerken, van diplomaten naar developers.

Maar onze professoren praten onverstoorbaar verder, keurig, binnen de veilige grenzen van hun morele universum. Ze zijn de priesters van een verdwijnende wereld – briljant binnen hun kader, blind voor wat daarbuiten gebeurt.

De nieuwe wereldorde waarnaar ze zoeken, is al begonnen. Alleen speelt die zich niet meer af tussen landen, maar tussen werkelijkheden.
En wie de algoritmen niet begrijpt, begrijpt de wereld niet meer.

Misschien zouden de heren, tussen hun analyses door, eens een algoritme moeten uitnodigen aan tafel.
Niet om hen gelijk te geven, maar om hun wereldbeeld te herprogrammeren.