Er wordt veel gesproken over openheid. Over ruimte. Over niemand buitensluiten. Het klinkt warm en menselijk. Maar wie het consequent doordenkt, komt op een ongemakkelijke plek uit.
Want als alles kan, betekent het dat niets nog gekozen wordt.
Een relatie zonder grenzen is geen relatie, maar een doorloopruimte. Vriendschap zonder voorkeur is geen vriendschap, maar beleefdheid. Wie zegt dat iedereen even dichtbij mag komen, zegt in feite dat niemand werkelijk nabij is.
In liefdesrelaties begrijpen we dit intuïtief. Niemand verwacht van zijn partner dat die zich emotioneel even sterk verbindt met alle anderen. Dat zou geen ruimhartigheid zijn, maar ontrouw. Nabijheid verliest haar betekenis zodra zij niet meer exclusief is.
Bij vriendschap werkt het niet anders. Vrienden zijn geen steekproef van de samenleving. Ze delen iets. Humor, tempo, achtergrond, een manier van kijken. Dat betekent automatisch dat anderen daarbuiten vallen. Niet omdat ze minderwaardig zijn, maar omdat nabijheid schaars is.
Toch doen we in andere domeinen alsof dit principe ineens niet meer geldt. Alsof voorkeur daar verdacht wordt. Alsof afwijzing een moreel probleem is in plaats van een relationeel feit.
Wie ooit geprobeerd heeft om met iedereen bevriend te blijven, weet hoe dat eindigt. Gesprekken worden vlak. Conflicten worden vermeden. Eerlijkheid maakt plaats voor voorzichtigheid. De relatie blijft bestaan, maar verliest haar diepte. Alles blijft mogelijk, maar niets raakt nog.
Het vreemde is: grenzen verdwijnen niet wanneer we ze ontkennen. Ze worden alleen onuitgesproken. Mensen voelen feilloos aan wie erbij hoort en wie niet. Alleen wordt het spel minder eerlijk. Wie de codes kent, beweegt moeiteloos mee. Wie dat niet doet, stuit op onzichtbare muren en begrijpt niet waarom.
Er is een wereld van verschil tussen iemand niet kiezen en iemand vastzetten. Tussen afstand houden en iemand zijn vrijheid ontnemen. Dat onderscheid vervaagt zodra elke vorm van selectie verdacht wordt.
Misschien moeten we durven erkennen dat uitsluiten niet het tegenovergestelde is van menselijkheid, maar er een voorwaarde voor. Dat nabijheid alleen kan bestaan waar grenzen worden getrokken. En dat wie alles wil omvatten, uiteindelijk niets meer vasthoudt.
Het ontkennen van grenzen maakt ze niet minder werkzaam, maar minder zichtbaar. Selectie verdwijnt niet, zij verplaatst zich. Van expliciete keuzes naar impliciete codes. Van uitgesproken nabijheid naar subtiele signalen die alleen voor ingewijden leesbaar zijn. Wie deze taal spreekt, beweegt zich vrij. Wie haar niet kent, blijft buiten staan zonder te weten waarom. Wat bedoeld was als openheid, mondt zo uit in een gesloten systeem zonder aanspreekbaarheid. Wie de codes niet kent, stuit op onzichtbare muren zonder te begrijpen waarom.
Er is een wereld van verschil tussen iemand niet kiezen en iemand vastzetten. Tussen afstand houden en iemand zijn vrijheid ontnemen. Misschien moeten we durven erkennen dat uitsluiten niet het tegenovergestelde is van menselijkheid, maar er een voorwaarde voor. Nabijheid kan alleen bestaan waar grenzen worden getrokken. Want wie alles wil omvatten, houdt uiteindelijk niets meer vast. Alles is immers gelijk aan niets.
Als alles mag en alles kan, verdwijnt de noodzaak om te kiezen. En zonder keuze verliest nabijheid haar gewicht. Wat overblijft is een wereld zonder afwijzing, maar ook zonder echte verbondenheid. Grenzen zijn dan niet afgeschaft, maar leeg verklaard. Wie niets durft uit te sluiten, sluit uiteindelijk niets meer in. Alles wordt gelijkwaardig. En daarmee betekenisloos.
Want alles is gelijk aan niets.