Ooit werden wij geregeerd door mannen in pijen. De priesterkaste bepaalde wat waar was, wat goed was, en wie zondigde. Hun macht was onaantastbaar, want zij spraken, naar eigen zeggen, namens God. We hadden niets te zeggen, maar mochten wel knielen, biechten en gehoorzamen.
Tijden veranderen, maar niet alles verandert écht. We zijn van priesterkaste naar politieke kaste gegaan. De pijen zijn verruild voor pakken, de wierook voor beleidsnota’s, en de bijbel voor de ‘woke leer’. De heilige teksten zijn vervangen door progressieve dogma’s die je niet mag betwijfelen. Wie kritische vragen stelt, heet ‘gevaarlijk’, ‘ontwrichtend’ of, als het even meezit, ‘fascist’.
Ook deze kaste is onfeilbaar. Ze maken fouten, maar dragen nooit verantwoordelijkheid. Hun falen wordt beloond met nieuwe functies, commissariaten en riante wachtgeldregelingen. Terwijl de gewone burger zich mag schikken in het nieuwe pensioenstelsel – dat ondoorzichtige gokfonds dat je spaargeld afhankelijk maakt van de beurs – blijft de politieke elite gewoon genieten van de oude regeling. Die was namelijk wél goed genoeg voor henzelf. De kaste leeft in een wereld van privileges die zorgvuldig wordt afgeschermd. Ze spreken een taal die wij niet meer verstaan, maar waarin vooral veel “samen”, “verbinden” en “transitie” voorkomt. Intussen raken ze zelden nog iets aan zonder het stuk te maken: toeslagenaffaires, stikstofchaos, woningtekorten, falend onderwijs, de zorg die barst.
Natuurlijk is het te eenvoudig om iedere bestuurder over één kam te scheren. In de wirwar van regels, belangen en momentopnames zijn er absoluut oprechte mensen die dagelijks werken aan het algemeen belang, koste wat het kost. Ze proberen, vaak tegen de stroom in, grote en kleine problemen op te lossen in een uiterst complexe samenleving. Politiek bedrijven betekent immers voortdurend balanceren tussen idealen en realiteit.
Maar het systeem waarin deze mensen moeten opereren, gelooft heilig in zijn eigen morele verhevenheid. De nieuwe catechismus heet inclusie, en wie niet in de leer meegaat, wordt uitgesloten. De partij die “diversiteit” predikt, duldt geen tegenspraak; er is één waarheid, en die wordt door de kaste bewaakt. Of het nu gaat om klimaat, migratie, Europa of identiteit – wie zich buiten het raamwerk beweegt, wordt gecanceld, geridiculiseerd of genegeerd.
De vraag rijst dan ook: zijn we werkelijk vrij? Of leven we in een theocratie zonder God, met de staat als almachtige? Misschien is het tijd om opnieuw op te staan. Niet met hooivorken, maar met woorden, vragen, moed. Tijd om de heilige huisjes omver te duwen. Tijd om te herinneren dat volksvertegenwoordigers géén bovenklasse zijn, maar dienaren van het volk. Want zolang wij ons als stemvee blijven gedragen, zal de kaste blijven grazen.