Blog 2 over AI – De sociale werkelijkheid breekt los van de fysieke werkelijkheid


We staan aan de vooravond van een omwenteling die nog nauwelijks wordt begrepen. Niet omdat AI slim is, maar omdat het iets fundamenteel nieuws introduceert: het vermogen om sociale werkelijkheden te bouwen die sterker en aantrekkelijker worden dan de fysieke werkelijkheid waarop de mens zich sinds het begin van zijn bestaan oriënteert.

Mensen leven niet op waarheid, maar op gedeelde kaders. Een samenleving functioneert zolang er overeenstemming bestaat over symboliek, taal, feiten, rituelen en referentiepunten. Die gedeelde wereld hoeft niet perfect of volledig te zijn, maar ze moet wel dezelfde contouren hebben voor iedereen. Het is deze fragiele infrastructuur waarop instituties, wetten en gezamenlijke besluitvorming rusten.

In de geschiedenis zijn vaker parallelle werkelijkheden ontstaan. Denk aan de Reformatie, waarin Europa in gescheiden wereldbeelden uiteenviel. Denk aan de Koude Oorlog, waarin Oost en West elk hun eigen waarheid produceerden en verspreidden. Denk aan de opkomst van massamedia die publieke opinies konden kantelen door een enkele uitgezonden gebeurtenis. Maar in al die gevallen bleef er altijd een fysieke werkelijkheid overeind als ultiem referentiepunt. AI brengt een breuklijn aan die dieper gaat dan ideologie of propaganda ooit vermochten.

AI maakt het mogelijk dat elke groep, elke subcultuur en uiteindelijk ieder individu een compleet eigen interpretatiesysteem ontwikkelt. Niet slechts een mening, maar een zelfvoorzienend narratief dat bewijs simuleert, context fabriceert en emoties organiseert. Geen enkele menselijke samenleving is bestand tegen een systeem dat niet alleen overtuigt, maar een coherente werkelijkheid produceert die zich gedraagt als een ecosystemisch geheel: logisch van binnenuit, gesloten naar buiten toe en permanent zelfversterkend.

De eerste contouren zien we al. Een voorbeeld dat slechts een voorproefje vormt van wat komen gaat: een onlinegemeenschap waarin een foutief gerucht over fraude rond een lokaal referendum, door een generatief model wordt verrijkt met overtuigende “ooggetuigenverslagen”, geanimeerde reconstructies en ogenschijnlijk onafhankelijke rapportages. Binnen een week ontstaat een realiteit met eigen data, eigen bewijs, eigen emotionele logica. Voor de buitenwereld gaat het om een verzinsel. Voor de betrokken groep wordt het een ervaarbare waarheid. De fysieke feiten verliezen het van een sociaal geconstrueerde werkelijkheid die beter voelt, completer aanvoelt en meer betekenis geeft.

Wanneer sociale werkelijkheden loskomen van de fysieke werkelijkheid ontstaat radicale divergentie. Niet meer twee kampen zoals in klassieke polarisatie, maar veelvoudige werkelijkheden die niet langer vergelijkbaar zijn. Wat waar is binnen het ene narratief, bestaat niet eens meer binnen het andere. Politieke dialoog wordt dan zinloos. Maatschappelijke consensus onhaalbaar. Instituties die ooit boven de realiteit stonden, worden gedegradeerd tot deelnemers in slechts één versie ervan.

Dit leidt tot een nieuwe vorm van instabiliteit. Niet door conflict op straat, maar door conflict in perceptie. Wanneer feiten onderhandelbaar worden, wordt besluitvorming onmogelijk. De mens kan niet leven zonder gedeelde symboliek, want zonder gedeelde symboliek is er geen gemeenschappelijk verhaal meer dat een samenleving bij elkaar houdt.

AI opent bovendien een aantrekkelijk, maar gevaarlijk perspectief. Het creëert narratieve ecosystemen die rijker en bevredigender worden dan de fysieke wereld. Een werkelijkheid waarin je identiteit wordt bevestigd, je overtuigingen worden gekoesterd en je rol in het geheel helder is. Een omgeving waarin je meer gezien wordt dan in je eigen dagelijks leven. De overstap naar zo’n werkelijkheid is geen vlucht, maar een verleiding. Realiteit wordt een keuzeoptie en de fysieke wereld verliest zijn vanzelfsprekendheid.

De centrale vraag verschuift dan van “wat is waar” naar “wie beheert toegang tot werkelijkheid”. Mogelijke beheerders zijn de staat, Big Tech, religieuze netwerken, activistische groepen of individuele superusers met toegang tot krachtige modellen. Waar werkelijkheid maakbaar wordt, wordt macht totaler, diffuser en gevaarlijker dan ooit.

Dit niveau van impact is ontregelend omdat de mens geen evolutionaire strategie heeft om om te gaan met realiteitssystemen die sterker zijn dan zijn eigen waarneming. Zodra AI sociale werkelijkheden kan vormgeven, verschuift macht van fysieke structuren naar cognitieve structuren. En dan wordt het vrijwel onmogelijk om nog te bepalen wat werkelijk is, behalve binnen de werkelijkheid die je al gekozen hebt.

De vraag is dus niet of maatschappijen botsen, maar welk deel van de samenleving meegaat in welke werkelijkheid en wie de toegangspoort beheert. De strijd om de waarheid verdwijnt niet, maar verandert in een strijd om toegang tot werkelijkheid zelf.