Je kijkt. En denkt dat je de wereld ziet.
Een bloem. Een gezicht. Een vallend blad.
Maar wat als het niet zo simpel is?
Wat als alles verandert omdat jij kijkt?
Niet in de zin van: je interpreteert het anders. Niet psychologisch, niet filosofisch bedoeld als: je projecteert jezelf op wat je waarneemt. Nee, letterlijk. Fysiek.
Wat als jouw blik de wereld verandert?
In de kwantummechanica – dat domein waar natuurkundigen met rode ogen en rimpels in hun voorhoofd de grenzen van de realiteit aftasten – gebeurt het. Zodra je kijkt, verandert het deeltje. Het golfje. De mogelijkheid. Er is een sluier van onzekerheid, een mist van misschien, die alleen doorbroken wordt door jouw observatie. Je kijkt, en de wereld kiest. Alsof je de dobbelsteen niet alleen gooit door te kijken, maar de uitkomst ook bepaalt.
En daar blijft het niet bij.
Denk aan het klaslokaal. De leraar die door het lokaal loopt. De leerling, net wat rechterop. De adem stokt. Het potlood stopt met tikken. Iemand kijkt. Iemand is gezien. En zonder dat er een woord wordt gesproken, is alles anders. Alsof de lucht iets dichter wordt, het moment zich samentrekt. Waarneming is aanwezigheid. En aanwezigheid weegt.
Of neem de geliefden in een café. Zij denkt dat hij niet kijkt. Hij denkt dat zij zich onbespied weet. Maar hun schouders zijn anders, hun glimlach wordt breekbaarder, hun stemmingen dansen op de rand van iets onzichtbaars. Misschien is het niet de liefde die verandert, maar de liefde die verandert omdat ze wordt bekeken. Door elkaar. Door zichzelf. Door het moment dat zich vastzet in het bewustzijn.
We geloven graag in objectiviteit. In meetbare werkelijkheden. In de wereld als iets buiten ons. Maar hoe meet je een werkelijkheid die siddert onder je blik? Wat als de dingen zich slechts voordoen als zelfstandig, maar alleen bestaan in relatie tot ons waarnemen?
En stel nu dat de wereld zelf ook kijkt?
Niet op een manier die we begrijpen. Maar op een manier die ons ongemakkelijk maakt. Een spiegelend universum, waar niet jij de toeschouwer bent, maar het toneelstuk dat jou observeert. Niet jij die de bloem bewondert, maar de bloem die zich opent omdat je keek. Niet jij die de waarheid zoekt, maar de waarheid die zich vormgeeft naar jouw verlangen om haar te zien.
Misschien is er nooit een object geweest. Misschien is alles een ontmoeting.
Je dacht dat je keek naar een boom.
De boom keek terug.